Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.9

Artikel 3.9.3

Afwegingskader

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2020

Dit resultaat wordt toegekend op grond van de Wmo en de Jeugdwet. Het afwegingskader zoals vermeld in artikel 2.3.2 Wmo resp. artikel 2.3 Jeugdwet en de verordening is van toepassing. Het college hanteert daarnaast de volgende uitgangspunten: Er is doorgaans sprake van arbeidsmatige dagbesteding op het moment dat werken bij een werkgever binnen het toekomstperspectief van de cliënt of jeugdige binnen afzienbare tijd mogelijk lijkt. Het gaat niet om een fulltime baan, maar bijvoorbeeld voor een dag of twee in de week. Deelname aan dagbesteding vanuit de Wmo of Jeugdwet wordt ingezet als blijkt dat iemand onvoldoende arbeidsvermogen heeft om in aanmerking te komen voor een leer-/werktraject in het kader van de Participatiewet. De inwoner kan ook niet zelfstandig komen tot een zinvolle daginvulling via vrijwilligerswerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen zoals inloop of activiteiten in de wijk. De aanbieder maakt samen met de cliënt of jeugdige een ondersteuningsplan met daarin bijvoorbeeld procesmatige afspraken over de doorstroom naar (on)betaald werk, over wie de regie voert en over de evaluatie van het traject. Het traject wordt elk half jaar geëvalueerd. Hierbij wordt beoordeeld of uitstroom naar (on)betaalde arbeid tot de mogelijkheden behoort of dat andere ondersteuning beter aansluit. De gemeente monitort of de evaluatie plaatsvindt. Een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De ondersteuning is, indien noodzakelijk, inclusief vervoer voor de cliënt of jeugdige.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel