Het college verstaat onder een rolstoel een handbewogen, elektrische, of duwrolstoel.
Het college kent een voorziening in de vorm van een rolstoel toe aan cliënten die zich dagelijks zittend verplaatsen en daarom zijn aangewezen op een rolstoel om zich te kunnen verplaatsen.
De voorziening stelt de cliënt in staat om:
zich zelfstandig te kunnen verplaatsen in en om de woning. Hiermee wordt gedoeld op verplaatsingen die in en direct vanuit de woning worden gedaan, en/of;
deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Hiermee wordt bedoeld het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan.
Het college verstrekt een rolstoel voor incidenteel gebruik alleen als dit bijdraagt aan het ontmoeten van medemensen en het aangaan van sociale verbanden.
De sportrolstoel wordt niet gerekend tot een rolstoel voor het verplaatsen in en rond de woning.
Bij het onderzoek naar de verstrekking van de voorziening houdt het college rekening met de belangen van betrokken mantelzorgers.
HOOFDSTUK 6 › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.1
Rolstoelen
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2020