Het college weigert een woonvoorziening als:
de cliënt geen hoofdverblijf houdt in de woonruimte waarop een woonvoorziening betrekking heeft, tenzij deze voorziening het geschikt maken van een woning voor bezoek betreft;
de cliënt voor het eerst zelfstandig gaat wonen en de aanvraag een voorziening in verhuizing en/of herinrichting betreft;
de cliënt verhuisd is uit óf naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;
de cliënt verhuisd is naar een Wlz-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg.
HOOFDSTUK 6 › Paragraaf 6.4
Artikel 6.4.9
Bijzondere weigeringsgronden voor een woonvoorziening
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2020