Ook indien sprake is van bovengebruikelijke hulp verstrekt het college geen voorziening voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders toereikend zijn.
Voor het beoordelen van de eigen mogelijkheden van ouders moeten een aantal factoren worden onderzocht, die kunnen worden samengevat in de volgende vragen:
Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden?
Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden?
Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op?
Ontstaan er geen financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden?
Na de beantwoording van deze vragen, maakt het college afweging of de eigen kracht van de ouders de verstrekking van een voorziening overbodig maakt.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.5a
Eigen kracht van de ouders
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2020