De ondersteuning bestaat uit (ambulante) begeleiding gericht op het schoon en leefbaar houden van de ruimtes binnen het huis die de inwoner regelmatig gebruikt.
De begeleiding wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de inwoner en kan bestaan uit meewerken, begeleiden en/of overnemen waarbij de inwoner zelf de taken uitvoert, oefenen van (regie)vaardigheden, signaleren en/of initiatief nemen.
Het college hanteert hierbij de volgende uitgangspunten:
De inwoner kan gebruik maken van een schone woonkamer, in gebruik zijnde slaapvertrekken, keuken, wc, natte cel en gang/trap.
Voor achterstallig werk wordt geen extra inzet geïndiceerd;
Ten behoeven van de aanwezigheid van blindengeleidenhonden en/of hulphonden kan extra schoonmaak ondersteuning worden ingezet.
Binnen het resultaat wasverzorging is het uitgangspunt dat de inwoner zelf verantwoordelijk is voor strijkvrije kleding.
Indien een inwoner niet in staat is om zelf boodschappen te doen of dit via bijvoorbeeld online diensten kan regelen, wordt er eerst gekeken naar inzet van het sociale netwerk of vrijwillige inzet.
De inwoner wordt geacht zelf bij te dragen aan het efficiënt kunnen uitvoeren van de ondersteuningsactiviteiten. Bijv. de aanschaf van schoonmaakmiddelen en zorgen voor een opgeruimde kamer. Een extreem bewerkelijke inrichting van de woning leidt daarom in principe niet tot de toekenning van extra activiteiten en/of frequentie. Het gaat in dit geval om de extreme situaties waarin de inrichting een aanzienlijke extra inzet vergt.
De inwoner is zelf verantwoordelijk voor de aanschaf van de algemeen gebruikelijke technische hulpmiddelen en het treffen van maatregelen. Als dergelijke middelen niet aanwezig zijn maar wel een adequate oplossing zouden bieden voor het probleem, is de aanschaf van deze hulpmiddelen voorliggend op het inzetten van het resultaat schoon en leefbaar huis.
Het schoonmaken van de buitenruimten bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van het resultaat schoon en leefbaar huis.
Er wordt uitgegaan van een gesaneerde woning in geval van bijvoorbeeld huisstofmijtallergie. Is de inwoner allergisch voor bijvoorbeeld vogels of katten maar worden deze dieren wel door de inwoner gehouden dan geldt geen ondersteuningsplicht voor het college voor de ‘extra ondersteuning’.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.8
Artikel 3.8.2
Activiteiten
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2020