Naar hoofdinhoud
In het aanbestedingsdocument worden veelal ook eisen over de geschiktheid van de leverancier opgenomen. Dit zijn alle maatschappelijke, technische, organisatorische en financieel-economische eisen waaraan een inschrijver, zowel op de dag van de inschrijving als op de dag van de opdrachtverlening, moet voldoen. De geschiktheidseisen zijn voor alle gegadigden gelijk en worden ook op gelijke wijze toegepast. Geschiktheidseisen worden op twee niveaus, en voor sommige aanbestedingen op drie niveaus, gesteld: uitsluitingsgronden minimumeisen selectiecriteria, voor niet-openbare aanbestedingsprocedures Deze drie soorten geschiktheidseisen worden hieronder inhoudelijk verder toegelicht. Als er geschiktheidseisen worden gesteld moet dat altijd plaatsvinden door het toepassen van een Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA, de vervanger van de Eigen Verklaring). Het UEA is een formulier waarop een leverancier met ja of nee aangeeft of hij voldoet aan de geschiktheidseisen. Alle geschiktheidseisen moeten proportioneel zijn: ze moeten in relatie tot de aard en omvang van de aan te besteden opdracht staan, en passen bij de aanbestedingsprocedure. Bij meervoudig onderhandse aanbestedingen moet terughoudend met geschiktheidseisen worden omgegaan: ze mogen alleen worden gesteld als op geen andere wijze voldoende zekerheid over de geschiktheid van de uit te nodigen leveranciers kan worden verkregen. Als ze worden toegepast moet dit in het aanbestedingsdocument beargumenteerd worden (“comply or explain”). Ad a. Uitsluitingsgronden Voor Europese aanbestedingen bestaan dwingende en facultatieve uitsluitingsgronden. Dwingende uitsluitingsgronden moeten worden toegepast op alle Europese aanbestedingen en op alle aanbestedingen waarbij het ARW 2016 wordt toegepast. Een aanbestedende dienst moet een onderneming dus uitsluiten als deze in de afgelopen vijf jaar onherroepelijk is veroordeeld voor een van de volgende strafrechtelijke delicten: deelneming criminele organisatie omkoping fraude witwassen geld terroristische misdrijven kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel. Voor nationale en meervoudig onderhandse aanbestedingen zijn er alleen facultatieve uitsluitingsgronden. De aanbestedende dienst kan ervoor kiezen de verplichte uitsluitingsgronden toe te passen. Facultatieve uitsluitingsgronden worden alleen toegepast als deze relevant voor de opdracht zijn. Artikelen 2.86 en 2.87 van de Aanbestedingswet omschrijven de uitsluitingsgronden. Facultatieve uitsluitingsgronden kunnen van toepassing worden verklaard. Deze uitsluitingsgronden kunnen worden toegepast bij schendingen tot drie jaar terug. De facultatieve uitsluitingsgronden zijn: schendingen op het gebied van milieu-, sociaal- en arbeidsrecht; slechte financiële situatie, bijvoorbeeld faillissement of liquidatie; ernstige fout in de beroepsuitoefening; overtreding van de mededinging belangenconflict in de zin van artikel 1.10 Aanbestedingswet; vervalsing mededinging wegens betrokkenheid bij de voorbereiding; aanzienlijke tekortkomingen bij eerdere opdrachten; valse verklaringen; onrechtmatige beïnvloeding; niet voldaan aan het betalen van belastingen en/of sociale verzekeringspremies. Deze opsomming is niet limitatief: een aanbestedende dienst kan andere uitsluitingsgronden in het aanbestedingsdocument opnemen mits deze proportioneel zijn. Niet-Europese aanbestedingen Alle hierboven genoemde uitsluitingsgronden zijn facultatief voor nationale en meervoudig onderhandse aanbestedingen. Algemeen Bij elke opdracht moet worden afgewogen of en welke uitsluitingsgronden worden toegepast. Indien uitsluitingsgronden worden toegepast moeten deze worden uitgevraagd met de UEA. Bewijsstukken waarmee de inschrijver kan aantonen dat de UEA naar waarheid is ingevuld mogen in principe alleen worden opgevraagd bij de winnende inschrijver, dus na voorgenomen gunning. Bij een niet-openbare aanbestedingsprocedure mogen de bewijsstukken aan de geselecteerde gegadigden worden gevraagd. Welke bewijsstukken mogen worden gevraagd is voorgeschreven: Gedragsverklaring Aanbesteden: met een door de minister van Justitie afgegeven Gedragsverklaring Aanbesteden (niet ouder dan 12 maanden), kan de ondernemer aantonen dat er in de voorafgaande 4 jaar geen onherroepelijke veroordelingen zijn geweest; uittreksel Kamer van Koophandel: daarmee kan een bedrijf aantonen dat het niet failliet is of in surseance verkeert. verklaring belastingdienst: het bedrijf heeft sociale premies en belasting betaald. De onderneming krijgt in de regel acht kalenderdagen om de bewijsstukken te verstrekken. In bepaalde gevallen kan de gemeente besluiten aanvullend onderzoek te doen (zie paragraaf 4.3.1). Indien uit de bewijsstukken blijkt dat de inschrijver niet voldoet aan de gestelde eisen of indien de bewijsstukken niet (tijdig) worden ingeleverd, dan is de inschrijving ongeldig en wordt de inschrijver alsnog uitgesloten van deelname (deze sanctie dient het bestek te vermelden). Uitsluiting van deelname vindt niet plaats als het gebrek eenvoudig is te herstellen. Als een van de verplichte uitsluitingsgronden van toepassing is, wordt de inschrijver uitgesloten van deelname. Als een van de facultatieve uitsluitingsgronden van toepassing is, kan de gemeente eventueel advies inwinnen bij het Bureau BIBOB (zie paragraaf 4.3.1). Ad b. Minimumeisen Met de minimumeisen wordt aangegeven wanneer een leverancier in principe geschikt is om deze opdracht uit voeren. Op twee aspecten mogen minimumeisen worden gesteld: financieel-economische draagkracht; technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid. Deze eisen worden hieronder toegelicht. Ook de minimumeisen worden in de UEA opgenomen. Tevens dient daarbij te worden aangegeven of en welke bewijsstukken door de aanbesteder opgevraagd kunnen worden. In principe krijgt een leverancier acht dagen om de bewijsstukken te verstrekken. Als niet wordt voldaan aan de minimumeisen wordt de leverancier van verdere deelname aan de procedure uitgesloten. Financieel-economische eisen Er kunnen geschiktheidseisen op financieel-economisch gebied worden gesteld. Daarmee verkrijgt de gemeente meer zekerheid dat de onderneming financieel sterk genoeg is om de opdracht goed en volledig uit te voeren. De Aanbestedingswet biedt verschillende (beperkte) mogelijkheden voor het stellen van deze geschiktheidseisen (artikelen 2.90 en 2.91 van de wet). Omzeteisen mogen in principe niet worden gesteld, tenzij de gemeente kan beargumenteren dat dit wél noodzakelijk is. Die argumentatie moet dan in het aanbestedingsdocument zijn opgenomen. Als wel omzeteisen worden gesteld, mogen deze nooit hoger zijn dan drie maal de geraamde waarde van de opdracht; bij eenvoudige opdrachten dient dit nog lager te zijn. Technische – en beroepsbekwaamheid Met eisen op het gebied van beroepsbekwaamheid wil de aanbesteder borgen dat de leverancier in staat is om de opdracht op een inhoudelijk goede wijze uit te voeren. De gestelde geschiktheidseisen moeten wel steeds verband houden met het onderwerp van de opdracht, met andere woorden: ze moeten proportioneel zijn. Op onder andere de volgende aspecten kunnen eisen worden gesteld. Beroepsbevoegdheid De aanbestedende dienst kan verlangen dat de ondernemer aantoont dat hij staat ingeschreven in het beroepsregister of het handelsregister of indien van toepassing beschikt over een bijzondere vergunning (art. 2.98 Aanbestedingswet). Referenties De bekwaamheid van de inschrijver wordt vaak aan de hand van referenties, diploma’s, certificeringen, etc. getoetst. Referenties hebben betrekking op een of meer recent uitgevoerde opdrachten, waarbij de gemeente eventueel informatie kan inwinnen bij opdrachtgevers. De insteek hierbij is dat wordt beoordeeld welke kerncompetenties noodzakelijk zijn, en dat voor die kerncompetenties naar referenties wordt gevraagd. Het gaat dan niet om één of een aantal allesomvattende referenties, maar om referenties per kerncompetentie. Per kerncompetentie wordt één referentie gevraagd. Het is van belang dat in het bestek duidelijk wordt omschreven waaraan het referentieproject moet voldoen om discussie met de inschrijver te voorkomen. Daarnaast moet het begrip “recent” worden ingevuld: voor werken: in de afgelopen 5 jaar voor diensten en leveringen: in de afgelopen 3 jaar. Indien noodzakelijk: langer Certificaten Bij certificeringen is, gelet op het beginsel van non-discriminatie, een aandachtspunt om in het bestek bij de omschrijving van een certificaat (bijv. ISO 9001) toe te voegen de zinsnede “of gelijkwaardig”. Wel mag de eis worden gesteld dat dit certificaat is afgegeven door een accreditatieinstelling. Ad c. Selectiecriteria Selectiecriteria worden toegepast bij niet-openbare aanbestedingsprocedures. Selectiecriteria zijn geen ja/nee eisen: middels scores wordt aangegeven in welke mate een inschrijver aan het criterium voldoet. Ze zijn bedoeld om een ranglijst van gegadigden bij een procedure met voorselectie te kunnen maken, op basis waarvan alleen de beste inschrijvers worden uitgenodigd voor het vervolg van de procedure. De beoordeling moet op een transparante en objectieve wijze plaatsvinden. Selectiecriteria kunnen betrekking op soortgelijke aspecten als waar minimumeisen op worden gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel