Naar hoofdinhoud
1.. De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien: a.. de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen, geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; b.. aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; c.. deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen; d.. de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; e.. de aanvrager verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt en bedoeld is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg,of er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden. f.. de belemmering voortkomt uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of uit de slechte staat van de woning als gevolg van toerekenbaar achterstallig onderhoud. g.. de aan te passen woonruimte binnen vijf jaar niet meer bewoond mag worden of gesloopt gaat worden. h.. ten behoeve van de aanvrager korter dan 7 jaar na het moment van verstrekking een woonvoorziening bij of krachtens de Wmo bij gelijkgebleven situatie wordt gevraagd. i.. Er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de ondervonden beperkingen en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de door de aanvrager bewoonde woning; en j.. De beperkingen niet in de woning zelf (waaronder ook de toegankelijkheid van de woning moet worden begrepen) worden ondervonden. 2.Het college stelt nadere regels in de Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning voor de maximale vergoeding voor een woonvoorziening in natura, als persoonsgebonden budget of als een financiële tegemoetkoming.

Rechtspraak bij dit artikel