Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 5.0 onder c. d. of e. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
door aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen, het gebruik van het openbaar vervoer geen adequate oplossing is, of
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk is.
het gebruik van een algemene of collectieve vervoersvoorziening als bedoeld onder a. en b. onmogelijk maken dan wel;
een algemene of collectieve vervoersvoorziening als bedoeld onder a. en b. niet adequaat of niet aanwezig is.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3.
Het recht op een individuele vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Lochem