De gemeenteraad stelde op 26 maart 2020 het lokaal volkshuisvestingsprogramma vast. Het college kreeg daarbij opdracht om maatregelen uit te werken, waaronder mogelijkheden om de bestaande woningvoorraad beter te benutten. Er is een behoefte aan kleinere woningen (voor starters, kleine gezinnen en alleenstaanden). Dit type woningen is lang niet altijd beschikbaar of financieel haalbaar voor de doelgroepen.
De bestaande woningvoorraad bestaat voor een groot deel uit grote, ruime woningen waar minder vraag naar is. Met de volgende mogelijkheden kan voorzien worden in de groeiende vraag:
Woningsplitsing mogelijk maken: hierbij kunnen woningen verticaal of horizontaal in 2 of mogelijk meerdere woningen worden verdeeld. Ook kan sloop en nieuwbouw een oplossing zijn om te voorzien in kleinere wooneenheden.
Tijdelijke bewoning in bijgebouwen bij woningen voor kleinere huishoudens zoals bijvoorbeeld starters en alleenstaanden.
Inwoning of het gezamenlijk bewonen van een woning door meerdere huishoudens/generaties.
Deze mogelijkheden kunnen ook voor sociale en ruimtelijke implicaties zorgen. Het kan ervoor zorgen dat er binnen een gebied een verandering van woon- en leefmilieu optreedt. De samenstelling verandert van woonmilieus voor gezinnen naar een woonmilieu met 1- of 2-persoonshuishoudens. Daarnaast neemt het aantal woningen en daarmee het aantal bewoners toe wat in buurten kan leiden tot een toename van de 'sociale druk'. Er kunnen zich daarbij ongewenste ontwikkelingen voordoen:
stedenbouwkundige aspecten: de uitstraling van het pand kan door een interne verbouwing flink wijzigen. Splitsing leidt ook tot een toename van het aantal woonruimtes in een pand. Een gebruikswijziging gaat daarbij soms ook gepaard met een uitbreiding van volume. Deze uitbreiding kan gevolgen hebben voor de bezonning en de lichtinval van naastgelegen panden. Er kan ook spanning ontstaan als gevolg van aantasting van de privacy, omdat (nieuwe) woonruimtes mogelijk worden gemaakt op de korte afstand van het erfperceel;
ruimtelijk: in één straat kan er sprake zijn van een eenzijdige ontwikkeling en een overaanbod van kleine woningen. Er kan een negatief effect ontstaan als gevolg van toenemend geluidsoverlast en (ongewenst) parkeergedrag. De parkeerdruk op de omgeving van het pand dat gesplitst zou moeten worden neemt toe, omdat elk extra woonruimte ook een of meerdere extra parkeerplaatsen vraagt. Er zijn al meerdere buurten in de gemeente Bergeijk, waar klachten vandaan komen aangaande parkeerdruk. Voorkomen moet worden dat in deze buurten de parkeerdruk hoger wordt.
sociaal: de eenzijdige ontwikkeling kan gevolgen hebben voor de sociale cohesie in de directe omgeving (individualisering, afname verantwoordelijkheidsgevoel). In dergelijke woonmilieus is er, door het grote verloop, over het algemeen sprake van minder zorg en aandacht voor de leefomgeving in vergelijking met gemengde wijken of woonmilieus met veel gezinnen.
Iedere situatie is verschillend en het is wenselijk om de situaties die voor komen per geval te beoordelen. Het is en blijft maatwerk. Wel bestaat er de behoefte om uitgangspunten en voorwaarden te formuleren die gehanteerd worden bij de afweging om splitsing, tijdelijke wooneenheden of ‘dubbele bewoning’ toe te staan. Hierdoor is op voorhand een betere inschatting te maken of plannen kansrijk zijn of niet.
Artikel 1.
Inleiding
Onderdeel van 1e Wijziging Beleidsregel betere benutting bestaande woningvoorraad gemeente Bergeijk 2021