Naar hoofdinhoud
Het college stelt de subsidie vast op basis van de totaal afgenomen uren peuteropvang en peuteropvang met VE. De houder dient vóór 1 april de aanvraag voor vaststelling van de subsidie voor het voorgaande kalenderjaar in, via een door het college vastgesteld formulier. De houder levert, onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 van de ASV de volgende gegevens aan ter vaststelling van de subsidie: Het totaal overzicht van de aangeleverde gegevens van 15 april en 15 oktober. Een inhoudelijke verantwoording die ten minste een evaluatie bevat van: De uitvoering en resultaten van de peuteropvang (met en zonder VE). De acties en resultaten die zijn ondernomen m.b.t ouderbetrokkenheid. De warme overdracht van peuters naar de basisschool. De uitvoering en de resultaten van het opleidingsplan. De wijze waarop invulling is gegeven aan de randvoorwaardelijke en procedurele. verplichtingen (artikel 11) en de inhoudelijke verplichtingen (artikel 12). Een financiële verantwoording. In afwijking van artikel 14 lid 3 ASV levert de houder bij een subsidieverlening van meer dan € 75.000,- een accountantsverklaring aan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel