De houder rapporteert vóór 15 april, 15 juli en 15 oktober van het jaar waarover subside is verstrekt aan het college middels een door het college vastgesteld formulier per locatie over:
het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats en waarvan de ouders/verzorgers kinderopvangtoeslag ontvangen.
het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats met VE en waarvan de ouders/verzorgers kinderopvangtoeslag ontvangen.
het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats en waarvan de ouders/verzorgers geen kinderopvangtoeslag ontvangen.
het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats met VE en waarvan de ouders/verzorgers geen kinderopvangtoeslag ontvangen.
Hoofdstuk 1
Artikel 5