Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 11a

Zienswijze raden

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid

1. . Met inachtneming van artikel 10 lid 5 van de wet worden de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het nemen van het besluit in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen indien het één van de volgende besluiten betreft: besluit algemeen bestuur tot het vaststellen van de meerjarenstrategie; besluit algemeen bestuur om – op voorstel van de colleges – het takenpakket van de GGD aan te passen. besluit algemeen bestuur om een voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling in overweging te geven aan de colleges, overeenkomstig artikel 1 van de wet. 2. . De raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur biedt de raden een termijn van minimaal acht weken voor het schriftelijk naar voren brengen van een zienswijze. 3. . Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten, en indien het een besluit van het algemeen bestuur betreft, ook het algemeen bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4. . Niet tijdig ontvangen zienswijzen kunnen door het dagelijks bestuur buiten beschouwing worden gelaten. 5. . De zienswijze met betrekking tot de kaderbrief, de begroting en de jaarrekening zijn separaat geregeld in respectievelijk artikel 30a, 31 en 33 van deze regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel