Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 35

Bijdragen deelnemers, toerekening kosten, financiële verdeelsleutel

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling

In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage iedere deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam. De kosten die het openbaar lichaam aan de deelnemers toerekent, bestaan uit en directe kosten en overhead Overhead zijn de kosten waartoe behoren: De kosten van het personeel voor zover overhead; De kosten van huisvesting voor zover overhead; De kosten van automatisering voor zover overhead; en Alle overige indirecte kosten voor zover overhead. De overheadkosten worden overeenkomstig de bepalingen van de financiële beheersverordening aan de directe kosten doorbelast. Het saldo van de directe kosten (= kosten beleidstaken + uitgaven bedrijfsvoering) vermeerderd met de opslag ter financiering van alle overheadkosten en verminderd met de gemeentelijke middelen waarvoor rijksfinanciering is ontvangen worden per deelnemer op basis van een financiële verdeelsleutel doorbelast. De financiële verdeelsleutel als bedoeld in het vierde lid wordt op voorstel van het dagelijks bestuur vastgesteld door het algemeen bestuur. Alvorens het algemeen bestuur overgaat tot het vaststellen van de financiële verdeelsleutel, zendt het dagelijks bestuur, acht weken voordat het ontwerp van de financiële verdeelsleutel aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, het ontwerp van de financiële verdeelsleutel toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende genoemde acht weken hun zienswijze over het ontwerp van de financiële verdeelsleutel bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerp van de financiële verdeelsleutel, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Tot de directe kosten behoren: Uitkeringskosten, kosten van voorzieningen, kosten in verband met het werkgeverschap voor personen die op grond van de Wet sociale werkvoorziening daarvoor in aanmerking komen, leningen en andere verstrekkingen die voortvloeien uit de uitvoering van de in artikel 4 van deze regeling genoemde taken en van de in artikel 5 genoemde overgedragen taken en bevoegdheden, onder aftrek van ontvangsten uit vorderingen; en Alle extra kosten van de dienst die voortvloeien uit een kennelijke ontoereikende uitvoering van de taken en bevoegdheden. De kosten voor de bedrijfsvoering niet zijnde overhead De toerekening van de directe kosten aan de deelnemers als bedoeld in het zesde lid, is gebaseerd op het solidariteitsprincipe. Met betrekking tot de directe kosten als bedoeld in het zesde lid, voor zover deze hun dekking vinden uit het zogeheten BUIG-budget, is naast het bepaalde in het zevende lid voorts het volgende van toepassing: Indien na verrekening van overschotten en tekorten tussen de deelnemers, aan het einde van het boekjaar een tekort resteert, beziet het openbaar lichaam of dit tekort kan worden gedekt uit de reserves als bedoeld in artikel 37 van deze regeling. Eerst dan verrekent het openbaar lichaam het tekort met de deelnemers, tenzij het algemeen bestuur op grond van artikel 37 van deze regeling daartoe anders besluit. Indien na verrekening van overschotten en tekorten tussen de deelnemers, aan het einde van het boekjaar een overschot resteert, voegt het openbaar lichaam dit overschot in beginsel toe aan de reserves als bedoeld in artikel 37 van deze regeling. Indien deze toevoeging leidt tot een overschrijding van de maximale reserve als bedoeld in artikel 37 van deze regeling, keert het openbaar lichaam het meerdere uit aan de deelnemers, tenzij het algemeen bestuur op grond van artikel 37 van deze regeling daartoe anders besluit. In afwijking van het bepaalde in het zevende lid, worden de directe kosten als bedoeld in het zesde lid, voor zover deze betrekking hebben op de bijzondere bijstand en het minimabeleid, toegerekend aan de betreffende deelnemer waarop deze kosten betrekking hebben. In afwijking van het bepaalde in het zevende lid, worden de directe kosten als bedoeld in het zesde lid, althans voor zover deze voortvloeien uit het afwijken van het algemene beleid van het openbaar lichaam en voor zover daaraan een besluit van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 5, vijfde lid van deze regeling ten grondslag ligt, toegerekend aan de betreffende deelnemer voor wie dat afwijkende beleid van toepassing is. Dit lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de indirecte kosten ter zake.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel