In uitwerking van artikel 16 van de Verordening, stelt het college dat:
Het pgb dient in Nederland besteed te worden. Er bestaat geen recht op pgb voor zover het is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier vooraf expliciet toestemming voor verleent. Het recht op pgb vanuit centrumgemeente Delft vervalt per definitie als de cliënt geen hoofdverblijf meer heeft in de regio DWO.
De budgetbeheerder woont in Nederland.
De budgetbeheerder is handelingsbekwaam.
Er is bij de budgetbeheerder geen sprake van schulden- en/of verslavingsproblematiek.
Er is niet eerder sprake geweest van fraude of misbruik van het pgb.
Als de cliënt de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb geleverd wil hebben moet de cliënt of zijn budgetbeheerder in staat zijn om een budgetplan te maken. In het budgetplan is opgenomen:
de motivering van zijn standpunt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen;
waar hij zijn ondersteuning zal inkopen en de wijze waarop de ondersteuning wordt georganiseerd, inclusief frequentie en uren. In geval van dagbesteding dient aangegeven te worden waar de locatie van de dagbesteding zich bevindt;
op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid (resultaten en doelen), evenals evaluatiemomenten;
hoe de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd en hoe hierop wordt gecontroleerd;
de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief;
hoe (en hoe vaak)de budgetbesteding wordt gecontroleerd, en
welke persoon het persoonsgebonden budget beheert.
De cliënt dient het budgetplan bij de gemeente in bij of na de aanvraag.
De zorgverlener mag niet namens de cliënt reageren als cliënt wordt bevraagd of hij pgb kan beheren.
Een pgb wordt niet betaald op basis van maandloon, ook al werkt de zorgaanbieder een vast aantal uren per maand.
De persoon aan wie een persoonsgebonden budget verstrekt wordt kan de ondersteuning betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk onder de volgende voorwaarden:
dat de persoon die behoort tot het sociale netwerk heeft aangegeven dat de zorg aan de cliënt voor hem niet tot overbelasting leidt;
dat de persoon die behoort tot het sociale netwerk op geen enkele wijze druk op de cliënt heeft uitgeoefend bij de besluitvorming om over te gaan tot uitbetaling;
dat de inzet van de persoon die behoort tot het sociale netwerk aantoonbaar van goede kwaliteit is en daarbij het belang van de cliënt centraal staat;
De budgetbeheerder is niet tegelijk zorgverlener (uitzondering is de ouder van een zwaar gehandicapt kind).
Hoofdstuk 5
Artikel 10