Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1

Artikel 7.1.1

Duurzame en vraaggerichte nieuwbouw populair onder ouderen en middengroep

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent de woonvisie

Als we onderscheid maken tussen de doelgroepen ‘starters’, ‘middengroep’ en ‘ouderen of senioren’ dan zien we dat bij alle drie een voorkeur is voor nieuwbouwwoningen, boven bestaande woningen. Vooral ouderen en de middengroep zijn geïnteresseerd in een nieuwbouwwoning met nul-op-de-meter of NOM. Een nul-op-de-meter (NOM)woning heeft op jaarbasis per saldo een gemiddeld totaal energieverbruik van nul. Het gaat hierbij om alle energieverbruiken die op de energiemeters in de woning zichtbaar zijn. Daarnaast is er een groter wordende vraag naar woonvormen die op maat aansluiten bij de persoonlijke woonwensen en –eisen. Zoals circulair bouwen, klimaatadaptief bouwen, levensloopbestendig bouwen. Uit het aantal initiatieven van bewonersgroepen blijkt ook een toenemende vraag naar andere vormen van (samen)wonen: tiny houses, samenleefconcepten voor ouderen al dan niet samen met jongeren, zodat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Figuur 5: stelling: “Heeft u een voorkeur voor nieuwbouw of bestaande bouw?” Bron: woonenquête Vijfheerenlanden, bewerking Stec Groep (2019) HOE ZIET EEN ENERGIENEUTRALE WONING ZOALS EEN NOM-WONING ERUIT? Op het gebied van energieprestatie worden sprongen gemaakt. Veel bedrijven zien het als een uitdaging om de energievraag tot nul terug te dringen. Daarvoor hanteren zij verschillende termen: EPC-0-woning, nul-op-de-meterwoning, energienota-nulwoning of energienotaloze woning. De termen betekenen allemaal iets anders, maar in alle gevallen is de energieprestatie aanzienlijk beter is dan wat het Bouwbesluit voorschrijft. Enkele grote lijnen zijn wel aan te wijzen. Ieder concept begint met een isolatiepakket met een Rc-waarde van 5, 6 of soms zelfs 10. Toepassing van drievoudig glas is bijna standaard. De woningen zijn goed tot zeer goed luchtdicht en het oppervlak aan zonnepanelen is gemiddeld 24 tot 30 m2 per woning. In de meeste gevallen vindt verwarming plaats met een elektrische warmtepomp en lage temperatuurverwarming: meestal vloerverwarming, soms gecombineerd met wandverwarming en convectoren op de slaapverdieping. Mechanische ventilatie behoort vaak tot de standaard, in de helft van de gevallen met warmte terugwinning. Ook ontwerpen die s ’zomers hitte buiten houden worden steeds belangrijker. bron: www.rvo.nl In Nederland is zo’n vijf á tien procent van de nieuwbouwwoningen ‘nul-op-de-meter’. Voor veel starters is de financieringsruimte die hypotheekverstrekkers bieden krap. Starters kiezen meestal een woning die net binnen die ruimte past en als er al geld over is voor extra opties, dan toch liever een uitbouw, een dure keuken of extra luxe badkamer. Per 1 januari 2015 is het hypotheekbedrag dat eigenaren van een nul-op-de-meterwoning extra kunnen lenen, verhoogd van € 13.500 naar € 25.000. De bouwer moet hiervoor tenminste tien jaar de energieprestatie van de woning garanderen. De markt voor huurwoningen lijkt voor deze energieconcepten wat eenvoudiger. Corporaties kunnen onder gelijkblijvende woonlasten de meerkosten van een woning verrekenen met de huur. Nul-op-de-meterwoningen worden op dit moment dan ook vooral gebouwd door woningcorporaties die de meerkosten op die manier terugverdienen.

Rechtspraak bij dit artikel