Naar hoofdinhoud
1.. De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. 2.. De subsidieontvanger doet onmiddellijk melding aan het college zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, gedeeltelijk of niet zullen worden verricht of dat gedeeltelijk of niet aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 3.. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend of over ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon en het doel van de rechtspersoon. 4.. Bij nadere regels of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Awb en de leden 1, 2 en 3 van dit artikel worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel