Naar hoofdinhoud
Op grond van de wet VTH en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) is de gemeente verplicht om vergunning,- en handhavingsbeleid op te stellen. In de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) worden eisen gesteld aan de inhoud van VTH-beleid. Het overheidsoptreden met betrekking tot de verlening van omgevingsvergunningen, het toezicht op naleving en de handhaving van het omgevingsrecht dient uniform en integraal plaats te vinden. Daarnaast is de verplichting vastgelegd om het beleid uit te werken in jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (het VTH-programma). Op 30 januari 2014 heeft de gemeenteraad het Integraal toezicht- en handhavingsbeleid 2014-2018 vastgesteld. Het Bouwbeleidsplan is van mei 2008. Voor beide beleidsstukken is het tijd voor actualisatie. Met de vaststelling van dit VTH beleidsplan wordt aan deze wettelijke verplichtingen voldaan en worden het Integraal toezicht- en handhavingsbeleid 2014-2018 en het Bouwbeleidsplan middels dit voorliggende beleidsplan vervangen. De Wet VTH beoogt verder tevens de vorming van een landelijk netwerk van regionale uitvoeringsdiensten, het verbeteren van de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken en de verbetering van de samenwerking en informatie-uitwisseling, zowel bestuurs- als strafrechtelijk. De Wet VTH heeft paragraaf 5.2 van de Wabo vervangen door een nieuwe paragraaf over kwaliteitsbevordering en samenwerking bij de uitvoering en handhaving. De Wet VTH wordt, samen met de Wabo, overgeheveld naar de Omgevingswet. Het Rijk, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de VNG zijn per 1 juli 2019 een set kwaliteitscriteria overeengekomen. Deze kwaliteitscriteria 2.2 zijn bedoeld om de uitvoering van de VTH-taken door gemeenten en provincies in het omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. Deze criteria zijn zeer belangrijk voor de totstandkoming van dit VTH-beleid. We komen later op de kwaliteitscriteria terug.

Rechtspraak bij dit artikel