Het Bor kent op hoofdlijnen de hiernavolgende eisen voor de organisatie van toezicht en handhaving.
VTH-beleid
Het bestuursorgaan stelt het beleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving vast dat gebaseerd is op een probleemanalyse en een naleefstrategie bestaande uit een preventie-, toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie. Daarbij stelt het bestuursorgaan vast welke doelen het zichzelf stelt en hoe deze doelen kunnen worden bereikt.
VTH-programma
Aan de hand van de doelen en budgetten uit de programmabegroting, de omgevings- en probleemanalyse, de gestelde prioriteiten, de incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag, wordt het jaarlijkse uitvoeringsprogramma opgesteld. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangegeven wat de beoogde productie is in termen van aantal te verlenen vergunningen, afwijkingen van vergunningen, uit te voeren controles en het aantal afgehandelde klachten en meldingen. In het uitvoeringsprogramma VTH worden de volgende elementen opgenomen:
een inschatting van het soort en aantal vergunningen en meldingen;
de voorgenomen uit te voeren toezichts- en handhavingsactiviteiten voor dat jaar;
de te realiseren productie in termen van controles en handhavingsacties, waarbij tevens tijd voor ad hoc zaken moet worden meegerekend;
de relatie met de gestelde ambities en doelen en prioriteiten.
VTH-jaarverslag
Monitoring is het stelselmatig en systematisch verzamelen, bewerken en verstrekken van gegevens om na te gaan of en in hoeverre het gevoerde beleid effect heeft en/of de gestelde doel- en taakstellingen zijn of zullen worden gehaald. De ambtelijke capaciteit speelt hierin ook een rol. Om verantwoording te kunnen afleggen over de inspanningen en resultaten zijn verschillende gegevens nodig. Deze gegevens moeten periodiek opvraagbaar zijn voor zowel sturingsdoeleinden (voortgang van de uitvoering) als voor periodieke verantwoording naar het gemeentebestuur en de gemeenteraad. Ook de provincie dient hiervan, in het kader van het interbestuurlijk toezicht, op de hoogte te worden gesteld. Voor alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt gebruik gemaakt van een registratiesysteem, dat een integrale behandeling van omgevingsdossiers en termijnbewaking mogelijk maakt. De gegevens worden gebruikt als input van het jaarverslag en ter evaluatie. De voornoemde gegevens worden tevens als input gebruikt voor het nieuwe uitvoeringsprogramma. Op grond van evaluatie kan het beleid zo nodig bijgesteld worden, zodat dit effectiever en efficiënter wordt.
Uitvoeringsorganisatie
Het bestuursorgaan richt zijn organisatie zodanig in dat een adequate en behoorlijke uitvoering gewaarborgd is. Om dat te realiseren verplicht de Wabo het bestuursorgaan er in ieder geval voor te zorgen dat er voldoende middelen (op zowel personeel als op financieel vlak) beschikbaar zijn en dat de werkprocessen zijn beschreven.
Daarnaast is een scheiding tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving noodzakelijk. Op grond van de Wabo en de landelijke kwaliteitscriteria moeten binnen de gemeentelijke organisatie regelingen getroffen zijn voor een zo optimaal mogelijke scheiding tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving. De functiescheiding tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving draagt bij aan de objectiviteit van de handhaving. Op deze manier hoeft niet eenzelfde persoon, die een rol bij het verlenen van een bepaalde vergunning heeft gespeeld, nogmaals een oordeel te geven over de eventuele niet naleving van (een deel van) die vergunning. Daarnaast zijn vergunningverlening en handhaving aparte gebieden, die elk specifieke eisen stellen aan de kwaliteiten van de personen die zich hiermee bezig houden.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3.2.