Naar hoofdinhoud
VTH onder de Omgevingswet De Wet VTH zal voor zover mogelijk beleidsneutraal opgenomen worden onder de Omgevingswet. Op moment van schrijven is nog niet bekend per welke datum de Omgevingswet in werking zal treden. De eerder genoemde inwerkingtreding van 1 januari 2021 is niet haalbaar gebleken en is dan ook uitgesteld (verwachting met een half jaar of een jaar, nadere informatie volgt). Veranderingen betreffen vooral het herschrijven om zo aan te sluiten bij de terminologie van de Omgevingswet. Dit betekent echter niet dat de invoering van de Omgevingswet geen invloed zal hebben op de werkwijze. De Omgevingswet zal namelijk zeer zeker invloed hebben op de wijze waarop het VTH-beleid en de uitvoering daarvan in de toekomst zal plaatsvinden. De betrokkenheid en invloed van de gemeente zal zich – naar verwachting – verplaatsen naar de achterzijde van het proces (toezicht en handhaving) en minder op de vergunningverlening (minder vergunningsplichten). Dit kan effecten hebben op de leges die binnenkomen bij de gemeente. Daarnaast streeft de Omgevingswet naar meer open normen en ruimte voor eigen initiatief. Dit vraagt om extra interpretatie van de toezichthouders, handhavers en juristen. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de omvang van de verandering afhankelijk is van de ambitie die de gemeente Woudenberg daaromtrent inneemt. Hoe dan ook vraagt de Omgevingswet om een andere manier van werken, een manier waarin een aanvraag meer integraal bekeken wordt en de gemeente denkt vanuit mogelijkheden in plaats van beperkingen. Wet kwaliteitsborging Op 14 mei 2019 nam de Eerste Kamer de Wet kwaliteitsborging (hierna: de Wkb) voor het bouwen aan. De Wkb heeft drie doelen: een verbeterde (borging van de) bouwkwaliteit, een verbeterde positie van de consument, en het stimuleren van kwaliteitsverbetering en faalkostenvermindering. Om dit te bewerkstelligen wordt een stelsel ontwikkeld voor toetsing op relevante aspecten van kwaliteit van het eindproduct door een onafhankelijke marktpartij (private kwaliteitsborgers). Verder zal een verklaring van de kwaliteitsborger bij oplevering voorwaarde zijn voor ingebruikname en worden er een aantal wijzigingen in Burgerlijk Wetboek doorgevoerd. De Wkb zal samen met de Omgevingswet in werking treden omdat deze wetten aan elkaar zijn gekoppeld. Beide wetten zijn onderdeel van een nieuw stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Op welke datum de Omgevingswet en de Wkb in werking treden is op moment van schrijven onderwerp van bestuurlijk overleg. Tot de invoering van de Wkb wordt op landelijk niveau met ongeveer 10% van de eenvoudigere bouwprojecten als pilotprojecten uitgevoerd. Als blijkt dat het stelsel onvoldoende werkt of de kosten te veel stijgen, dan kan de minister besluiten de Wkb alsnog – of onderdelen daarvan – niet in te laten gaan. Als de Wkb wel wordt ingevoerd, dan gebeurt dat vooralsnog alleen voor eenvoudige 2De eenvoudige bouwzaken zijn de bouwwerken die onder gevolgcategorie 1 vallen: grondgebonden eengezinswoningen (ook bij nevengebruik als garage, kantoor aan huis), woonboten, vakantiewoningen,, bedrijfspanden tot 2 bouwlagen en bouwwerken (geen gebouwen) tot 20 meter hoog, kleine fiets- en voetgangersbruggen, verbouwingen van hiervoor genoemde bouwwerken (voor zover niet vergunningsvrij) bouwprojecten (gevolgklasse 1). Op een later moment wordt beslist of de Wkb ook gaat gelden voor complexere bouwprojecten3 Alle bouwwerken groter dan gevolgklasse 1 . De uitbreiding van de aansprakelijkheid geldt wel direct vanaf de inwerkingtreding voor alle bouwprojecten in alle gevolgklassen. De invoering van de private kwaliteitsborging wordt gefaseerd ingevoerd. De kwaliteitsborging van groepen bouwwerken worden in fasen overgebracht van de publieke sector naar de private sector. Door middel van kwaliteitssystemen borgt de opdrachtgever de bouwkwaliteit. De invoering van de Wkb heeft gevolgen voor de gemeentelijke organisaties. Hierdoor gaat de capaciteitsbehoefte voor het onderdeel bouw naar alle waarschijnlijkheid afnemen. Dit komt mede doordat onder de Wkb het preventief toetsen van het Bouwbesluit niet meer nodig is.

Rechtspraak bij dit artikel