Naar hoofdinhoud
De gemeente heeft de taak om de verschillende belangen vanuit de verschillende disciplines te coördineren. De komst van de Wabo heeft ertoe geleid dat bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt gewerkt met casemanager: bij elke aanvraag wordt een behandelend ambtenaar toegewezen. De aanvrager beschikt hierdoor over één vast aanspreekpunt. Deze draagt zorg voor het vragen van interne en externe adviezen en dat deze verwerkt worden in de aanvraag. Op deze manier ontstaat een integraal verleende vergunning, waarbij tegenstrijdige voorschriften in principe niet mogelijk zijn. Omgevingsvergunning Aanvragen om omgevingsvergunning kennen verschillende aspecten waaraan getoetst kan worden. Afhankelijk van de prioriteit wordt er meer of minder diepgaand getoetst. Zo heeft een dakkapel in de prioriteitenmatrix een lage prioriteit toegekend gekregen en wordt deze dus minder diepgaand getoetst. Een aanvraag voor de bouw van een zorglocatie scoort echter juist hoog. Een dergelijke aanvraag wordt dus diepgaand getoetst. Toetsing aan ruimtelijke ordening/bestemmingsplan/omgevingsplan Bij iedere aanvraag om omgevingsvergunning wordt altijd getoetst of deze past binnen het vigerende bestemmingsplan. Het gaat dan om bouw- en gebruiksregels, maar ook de regels ten aanzien van archeologie en het aanlegvergunningstelsel. Indien dit niet het geval is kan vergunning verleend worden indien het een binnenplanse (opgenomen in het bestemmingsplan) afwijking betreft. Voor het overige dienen aanvragen dan ook beschouwd te worden als een vergunningaanvraag om af te wijken van ruimtelijke regels. Dit wordt in het besluitproces rond de aanvraag dan een onderdeel van de aanvraag, maar kan ook betekenen dat er sprake is van een uitgebreide, en dus langere, procedure. Daarnaast zijn er de buitenplanse afwijkingsmogelijkheden. Hiervoor is beleid geformuleerd, genaamd ‘Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden’ waaraan iedere afwijking individueel beoordeeld en getoetst kan worden. Het college besluit hierover. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Voordat er een (omgevings)vergunning wordt afgegeven voor een bouwactiviteit wordt een plan eerst op meerdere aspecten getoetst. Eerst wordt bekeken of de aanvraag past binnen de bouwregels uit het bestemmingsplan/omgevingsplan, waaronder de bouwhoogte en de locatie van het gebouw. Ook wordt een aanvraag getoetst op een aantal bouwkundige aspecten, waaronder de constructie en bouwveiligheid. Onderdeel van de toetsing vormt ook het welstandsbeleid. In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (vastgesteld in februari 2020) staat beschreven aan welke kwaliteitscriteria een bouwwerk moet voldoen. De kwaliteitscriteria gaan over het uiterlijk en de verschijningsvorm van een gebouw. Voor eenvoudige bouwplannen zijn de loketcriteria opgesteld. De loketcriteria zijn begrijpelijk opgesteld en dienen ervoor dat iedereen er zelf aan kan toetsen. Het doel is om een groot deel van de aanvragen om omgevingsvergunning af te kunnen doen met de loketcriteria. De toetsing vindt niet meer plaats door de (gedelegeerde van de) commissie ruimtelijke kwaliteit, maar door de behandelend ambtenaar. Bij twijfel en in het geval het plan niet voldoet aan de loketcriteria wordt het plan alsnog voorgelegd aan de commissie ruimtelijke kwaliteit. Voor bouwplannen die niet passen in deze loketcriteria vindt een reguliere toetsing plaats, via de commissie ruimtelijke kwaliteit. Bouwtechnische toetsing/Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit 2012 geeft landelijk geldende regels voor de technische vereisten waaraan bouwwerken dienen te voldoen. De gemeente Woudenberg gebruikt hierbij de prioriteitenstelling zoals die naar voren is gekomen uit de matrix (zie bijlage 3). De invoering van de Wet kwaliteitsborging zal op termijn deel van deze taken en verantwoordelijkheden neerleggen bij de initiatiefnemer dan wel bouwer. Beoordelingskader monumenten Aanvragen om omgevingsvergunningen voor monumenten (om het wijzigen ervan) vragen bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan cultuurhistorisch erfgoed. Dergelijke aanvragen worden altijd ter advisering voorgelegd aan de commissie ruimtelijke kwaliteit, aangevuld met de adviseur monumenten die daarbij de beschrijvingen van de monumentale waarde als toetsingscriteria gebruikt. Verder wordt aangesloten bij de strategie voor aanvragen om omgevingsvergunning met de activiteit bouwen, aangezien voor vrijwel alle veranderingen aan een monument ook een dergelijke vergunning vereist is. Meldingen sloop en asbestverwijdering Op 7 november 2019 heeft het college besloten om de wettelijk verplichte basistaak rondom asbest per 1 januari 2020 over te dragen aan de RUD Utrecht. Het uitvoeringsbeleid bedrijfsmatige asbestsaneringen regio Utrecht (Uitvoeringsbeleid Asbestsaneringen) is vastgesteld en de taak is aan de RUD Utrecht overgedragen. Hiermee wordt niet alleen voldaan aan wettelijke verplichtingen, maar wordt tevens een basis gelegd voor meer (risico)gericht werken, programmeren en een effectievere en doelmatige uitvoering van de voor de RUD Utrecht nieuwe op zich te nemen asbesttaak. Wet Natuurbescherming Indien een aanvraag mede betrekking heeft op de activiteit handelen in een natuurbeschermingsgebied of wanneer een dergelijke activiteit nadelige gevolgen kan veroorzaken voor de aanwezige flora en fauna vanwege verstoring of vernietiging van de habitat van diersoorten of planten, dan dient daarvoor een verklaring van geen bedenkingen te worden aangevraagd bij de provincie Utrecht. De activiteit maakt via aanhaking onderdeel uit van de vergunning, indien voorafgaand aan de vergunningaanvraag niet eerder een Wet Natuurbescherming vergunningaanvraag bij de provincie is ingediend. De inhoudelijke toetsing ten aanzien van natuurbescherming en/of flora en fauna vindt plaats door de provincie Utrecht. De resultaten van deze toets worden opgenomen in de uiteindelijke vergunning. Brandveilig gebruik De toets op de brandveiligheidsaspecten die betrekking hebben op het brandveilig gebruik van een bouwwerk wordt, in het geval van complexere en risicovolle aanvragen, uitgevoerd door de VRU. De eenvoudigere gevallen worden getoetst en beoordeeld door de behandelend ambtenaar (vergunningverlener). De vraag is uiteraard wanneer er nou precies advies moet worden gevraagd aan de VRU. Hiervoor is een schema opgesteld, welke is te vinden in bijlage 6. Leges De gemeente Woudenberg heft leges voor de behandeling van aanvragen om omgevingsvergunningen waarin sprake is van activiteiten zoals bouwen, handelen in strijd met de ruimtelijke regels, kappen, wijzigen van monumenten, et cetera. Met de omgevingswet zal dit stelsel wijzigen. De hoogte van de leges en de berekening daarvan is geregeld in de legesverordening van de gemeente Woudenberg, welke ieder jaar opnieuw wordt vastgesteld. Voor het werkproces rondom vergunningverlening wordt verwezen naar bijlage 5.

Rechtspraak bij dit artikel