**1..** Voor de vaststelling of sprake is van een laag inkomen gedurende de referteperiode geldt niet als onderbreking: maximaal één aaneengesloten periode van 31 dagen in de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum, waarin een inkomen is ontvangen dat meer bedraagt dan het inkomen bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening.
**2..** De aanvrager dient aannemelijk te maken, aan de hand van bewijsstukken over het inkomen en vermogen, dat hij gedurende de referteperiode heeft geleefd van een laag inkomen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Laag inkomen
Onderdeel van Beleidsregel Individuele Inkomenstoeslag gemeente Utrecht