Naar hoofdinhoud
1.. De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend; 2.. Bij structurele subsidies, hoger dan € 50.000 welke verleend worden voor jaarlijks terugkerende activiteiten, of activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten; 3.. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college; 4.. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon. 5.. Bij liquidatie, fusie of een andere vorm van samenwerking of het geheel staken van activiteiten blijven voor de subsidieontvanger of diens rechtsopvolger de voorschriften omtrent rekening en verantwoording, en de betreffende vaststelling van subsidie en verrekening van voorschotten van overeenkomstige toepassing. Voor zover een batig liquidatiesaldo mede door het verstrekken van gemeentelijke subsidie is gevormd, kan het college terug storting van dit saldo in de gemeentekas verlangen tot het bedrag dat in totaliteit aan subsidie is ontvangen in de laatste zeven jaar. Toelichting artikel 14 en 15 Het college is bevoegd aan het verkrijgen van subsidie verplichtingen te verbinden (artikelen 4:37 t/m 4:39 van de Awb). Of aanvulling op de model-ASV nodig is zal erg afhangen van de soort activiteit en van de ontvanger. In de model-ASV gaat het om een meldplicht om tijdig te kunnen ingrijpen als de activiteiten niet door (dreigen te) gaan. Bij de verplichtingen van artikel 12, tweede lid en volgende, van de model-ASV zou je kunnen denken aan verplichtingen met betrekking tot het ontzien van het milieu, of het betrekken van jongeren of ouderen of andere speciale doelgroepen. In de subsidiebeleidsregel kan ook worden opgenomen dat het college in de verleningsbeschikking verplichtingen kan opleggen. Uit het oogpunt van vermindering van administratieve lasten is in het tweede lid van artikel 13 de verplichting tot tussentijdse (financiële en inhoudelijke) rapportage alleen opgelegd aan de ontvangers van grotere subsidiebedragen (vanaf € 50.000) en beperkt tot eenmaal per jaar. Artikel 14 bevat verder een meldingsplicht (derde lid) en informatieplicht (vierde lid) die voor al de subsidieontvangers geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel