Naar hoofdinhoud
2.1 . Wanneer de ondersteuning van een cliënt in de vorm van dienstverlening moet plaatsvinden dan zal de te verstrekken maatwerkvoorziening worden vormgegeven door het samenstellen van een arrangement binnen één of meer van de volgende resultaatgebieden, zoals genoemd in art. 8 lid a van de verordening: 2.2 . Beschrijving resultaatgebied 1, Sociaal en persoonlijk functioneren Het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren draagt ertoe bij dat de cliënt zelfredzaam kan participeren in een sociale leefomgeving. Ondersteuning is gericht op het (re)vitaliseren en onderhouden van een sociaal netwerk en omgeving, dat ondersteunend is bij maatschappelijke participatie (gericht op aspecten die niet in de cliënt gelegen zijn). Ondersteuning op dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het plannen en organiseren van dagelijkse activiteiten. Het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk; Het hebben van gezonde relaties met de personen en gezinsleden met wie de cliënt een huishouden deelt. Het verlichten van de druk die de mensen in het steunsysteem ervaren in relatie tot de problematiek van de cliënt; Maatschappelijk herstel gericht op deelname in de maatschappij. 2.3 . Beschrijving resultaatgebied 2, Financiën Ondersteuning in het resultaatgebied Financiën richt zich op het creëren en behouden van overzicht en controle op een gezonde financiële huishouding. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het op orde krijgen en houden van administratie; Het uitgavepatroon in balans brengen en houden waardoor schulden verminderen; Het genereren van inkomen dat aan basisbehoeften voldoet, zonder uitkering; Het organiseren van adequaat financieel beheer. 2.4 . Beschrijving resultaatgebied 3, Huisvesting Het resultaatgebied Huisvesting draagt ertoe bij dat cliënten een betaalbare en geschikte huisvesting hebben en kunnen houden. Hulp is onder meer gericht op een veilige, toereikende en (waar mogelijk) autonome huisvesting, die past bij de beperking die iemand mogelijk heeft. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het ondersteunen bij het vinden en behouden van een geschikte/gepaste woonruimte; Het aanleren van bewonersvaardigheden (goede omgang met buren); Het niet geven van overlast; Het aanleren van vaardigheden om zelfstandig te kunnen wonen. 2.5 . Beschrijving resultaatgebied 4, Daginvulling Het resultaatgebied daginvulling draagt ertoe bij dat cliënt op zinvolle wijze de dagen kan invullen onder toezicht of met ondersteuning. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het participeren in de samenleving; Het bieden van een dagprogramma/dagbesteding waaraan cliënten kunnen deelnemen als zij niet in staat zijn om zelfstandig hun dag in te vullen, waarbij het maximale uit de cliënt wordt gehaald. 2.6 . Beschrijving resultaatgebied 5, Regie en ondersteuning bij huishouden Het resultaatgebied ondersteuning en regie bij het huishouden draagt ertoe bij dat cliënt verantwoord zelfstandig kan blijven wonen. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het creëren en/of behouden van een gezonde, schone, veilige huishouding en op het zelfstandig kunnen voeren van regie; Het schoon en leefbaar 1 Met leefbaar bedoelen we: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen houden van de dagelijkse gebruiksruimten en het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding en schoon beddengoed; Het organiseren van het huishouden en de dagelijkse activiteiten die daarbij horen en de verzorging2 Zoals beschreven in de aanbestedingsdocumenten worden ook huishoudelijke taken met betrekking tot het kind uitgevoerd. voor kinderen tot 12 jaar (de kindzorg). Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau zoals geformuleerd in het H4 Normenkader Ondersteuning en Regie bij huishouden en de Kwaliteitsnormering Schoon en leefbaar huis op basis van NEN2075 van de Vereniging Schoonmaak Research. 2.7 . Beschrijving resultaatgebied 6, Gezondheid Het resultaatgebied gezondheid draagt ertoe bij dat de cliënt aandacht heeft voor zijn/haar gezondheid en het onderhouden en/of verbeteren daarvan. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het bewust worden van de consequenties van de gezondheidssituatie voor de cliënt en het cliëntsysteem; Het intrinsiek motiveren om de gezondheidssituatie van de cliënt te verbeteren; Motiveren tot leefstijlinterventies, gezond gedrag, valpreventie (etc.). 2.8 . Resultaatmatrix Om rekening te houden met de verschillende soorten problematiek van cliënten kan binnen de resultaatgebieden meerdere treden benoemd worden waarmee de zwaarte van de problematiek wordt aangegeven. De combinatie van resultaatgebieden en treden leiden tot een arrangement dat ingezet wordt om de cliënt te ondersteunen. De inhoudelijke beschrijving in de resultaatmatrix hieronder zijn voorbeelden, het is geen blauwdruk waar iemand aan moet ‘voldoen’. Resultaat-gebied Trede1 Ernstige problematiek De situatie is onhoudbaar Trede2 Niet zelfredzaam Situatie is slecht en niet toereikend Trede3 Beperkt zelfredzaam Situatie is (nog) niet stabiel. Trede4 Grotendeels zelfredzaam Situatie is (deels) stabiel. Trede5 Volledig zelfredzaam Sociaal en persoonlijk functione-ren Cliënt is niet vaardig om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdaging-en om te gaan, heeft geen inzicht in zijn problematiek en accepteert niet of moeilijk ondersteuning. Er is geen sprake van structuur in het dagelijks leven. Er kan sprake zijn van huiselijk geweld, (kinder)mishan-deling of verwaarlozing. Cliënt is niet vaardig om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan, heeft weinig inzicht in zijn problematiek maar accepteert wel ondersteuning. Cliënt kan niet zelfstandig structuur aanbrengen in het dagelijks leven. Er is dreiging van een onveilige situatie, zoals huiselijk geweld of verbaal geweld. Cliënt is niet vaardig om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan, heeft (redelijk) inzicht in zijn problematiek en probeert negatief gedrag te veranderen. Accepteert ondersteuning. Cliënt kan niet volledig zelfstandig structuur aanbrengen in het dagelijks leven. Cliënt is grotendeels vaardig om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan, heeft (redelijk) inzicht in zijn problematiek en probeert negatief gedrag te veranderen. Cliënt kan grotendeels zelfstandig structuur behouden in het dagelijks leven. Relaties in huiselijke kring ondersteunen elkaar. Cliënt heeft een sociaal netwerk dat ondersteunend is bij maatschappe-lijke participatie. Financiën Geen inkomsten (ook niet structureel van naasten), hoge en groeiende schulden. Onvoldoende inkomsten en/of ongepast uitgavepatroon. Groeiende schulden. Inkomen zou aan basisbehoeften tegemoet moeten komen, echter is er ondersteuning nodig bij een gepast uitgavepatroon. Evt. schulden zijn aanwezig maar stabiel of kunnen met ondersteuning snel stabiel worden. Inkomen komt aan basisbehoeften tegemoet. Evt. schulden zijn stabiel en deze verminderen. Inkomen ruim voldoende, goed financieel beheer, mogelijkheid om te sparen. Huisvesting Dakloos of in nachtopvang. Geen veilige, stabiele en/of toereikende huisvesting. Client woont op een plaats waar hij niet gewenst is, zijn woning niet kan betalen of uithuiszetting dreigt. En/of de woonvaardigheden ontbreken. Veilige en stabiele huisvesting maar slechts beperkt toereikend, in onderhuur en/of geen autonome huisvesting. En of woonvaardigheden zijn (nog) niet voldoende ontwikkeld. Veilige en toereikende huisvestiging, huurcontract met bepalingen, gedeeltelijke autonome huisvesting. Veilige en toereikende huisvestiging, regulier (huur)contract en autonome huisvesting. Daginvulling Het vrijwel dagelijks bieden van een passende daginvulling. Het bieden van een passende daginvulling, meerdere dagen per week. Het bieden van een passende daginvulling, enkele dagen per week. Het wekelijks bieden van een passende daginvulling. In staat om zelfstandig te komen tot een deels zinvolle en passende daginvulling Client heeft een passende daginvulling. Ondersteuning en regie bij het huishouden Er is sprake van een onveilige, vervuilde, ongezonde huishouding. Cliënt is fysiek en mentaal niet in staat om een huishouden te voeren en het ontbreekt aan regie. Er is sprake van een vervuilde en ongezonde huishouding en/of kindzorg. Cliënt heeft ondersteuning nodig bij het voeren van regie (cognitief/fysiek) en het verrichten van de huishoudelijke taken en of wasverzorging. Cliënt is in staat om regie te voeren over het huishouden. Voor het verrichten van de huishoudelijke taken en of wasverzorging is ondersteuning nodig. Cliënt is in staat om regie te voeren over het huishouden. Voor het verrichten van zwaar huishoudelijk werk is hulp nodig. Cliënt kan zelfstandig een huishouden voeren. Gezondheid Er is sprake van gevaar voor eigen gezondheid en/of dat van anderen ten gevolge van lichamelijke, verstandelijke en/of mentale complexe problematiek (waaronder verslavingen). Er is sprake van ernstige belemmeringen in de zelfredzaamheid ten gevolge van lichamelijke, verstandelijke en/of mentale complexe problematiek (waaronder verslaving). Cliënt komt zonder ondersteuning geen afspraken met professionals in de gezondheidszorg na. Cliënt ervaart belemmeringen in de zelfredzaamheid ten gevolge van lichamelijke, verstandelijke en/of mentale complexe problematiek(waar-onder verslaving). Er is een stimulans en begeleiding nodig bij (basale) zelfzorg (inclusief eten), of behandeling. Er is sprake van een belemmering in het lichamelijk, verstandelijk of mentale functioneren (waaronder verslavingen). Cliënt heeft enige ondersteuning nodig bij het voeren van regie in het licht van deze belemmeringen. Cliënt is in staat om zich zelfstandig aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel