Het college stelt jaarlijks voor 1 november het uurtarief per (VVE-)peuterplaats vast, als basis voor de vast te stellen subsidie.
Het college stelt jaarlijks voor 1 november het VVE-jaarbedrag vast.
De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de peuterspeelzaal.
Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen:
per bezette peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 8 uren per week maal het vastgestelde uurtarief;
per bezette VVE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 16 uren per week maal het vastgestelde uurtarief;
per bezette VVE-peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag 8 uren per week (het derde en vierde dagdeel) maal het vastgestelde uurtarief;
Naast de in lid 4 genoemde subsidiebedragen stelt het college voor doelgroeppeuters een VVE-jaarbedrag beschikbaar. Indien een doelgroeppeuter niet het gehele jaar gebruik maakt van het VVE-aanbod, wordt dit bedrag naar rato verstrekt.
Alleen kinderdagverblijven die op 1 augustus 2020 in het LRK in de gemeente Someren waren geregistreerd, komen in 2020 in aanmerking voor subsidie.
Artikel 3
De grondslag voor het subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling peuterplaatsen en VVE gemeente Someren 2020