Het beheer van een gemeenschappelijke fietsenberging en stalling voor scootmobielen voldoet minimaal aan de volgende voorwaarden:
Privaatrechtelijk is vastgelegd dat ieder appartement het aantal fietsplekken heeft conform deze beleidsregel, gekoppeld aan de woningen;
Het huishoudelijke reglement bevat bij ingebruikname afspraken over gebruik en beheer;
Een gemeenschappelijke fietsenberging is afgesloten;
De fietsplekken zijn genummerd met de huisnummers van de woningen waartoe ze behoren;
De toegewezen fietsplekken van een woning liggen bij elkaar;
Een gemeenschappelijke fietsenberging omvat de fietsplekken voor maximaal 100 woningen. Bij meer dan 100 woningen worden meerdere gemeenschappelijke fietsenbergingen gerealiseerd;
De ruimten voor scootmobielen zijn apart van de fietsen geclusterd en afgesloten;
De bewoners van het woongebouw kunnen naar redelijkheid en billijkheid beschikken over een plaats in de stalling voor scootmobielen in verband met gewenste levensloopbestendigheid van de woningen;
De toekomstige bewoners worden door de vergunninghouder erop gewezen dat gelijkwaardigheid is toegepast.