Naar hoofdinhoud
Bij zijn oordeel over de gelijkwaardigheid als bedoeld in artikel 2, vierde lid, betrekt het college in ieder geval de onderstaande kwaliteitseisen voor toegankelijkheid en de mate waarin het verzoek om gelijkwaardigheid hierin voorziet. De vormgeving van de fietsenberging voldoet aan de aanbevelingen van het CROW in de Leidraad fietsparkeren, publicatie 291. De stalling van scootmobielen is voldoende bruikbaar, bijvoorbeeld zoals is weergegeven in de handleiding ‘Toegankelijk Bouwen’ van het kenniscentrum Bouw Advies Toegankelijkheid (BAT); De stalling voor scootmobielen is veilig vormgegeven zoals weergegeven in “Scootmobielen, tips voor een brandveilig gebruik’ BW-01-05-18 van Brandweer Nederland. Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de fietsenberging duidelijk zichtbaar (‘s avonds en ’s nachts goed verlicht) en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting het woongebouw. De gemeenschappelijke fietsenberging heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de woningen. De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de gemeenschappelijke fietsenberging/stalling scootmobielen tot elke woningtoegangsdeur. De toegang vanaf de weg naar een gemeenschappelijke fietsenberging op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen en ‘buiten-model fietsen’, eventueel met gebruik van een motorisch aangedreven tandriemband. Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%. Een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm met aan beide zijden fietsgoten. Een lift is geschikt voor het meenemen van fietsen en scootmobielen (maat 1,05 x 2,05 meter). Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een makkelijk te bedienen drukknop of chipkaartlezer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel