Deze beleidsregels verstaan onder:
Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel waar een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken is gelegen.
Amsterdamse parkeervergunning voor gehandicapte bewoners: een digitale parkeervergunning als bedoeld in artikel 22, eerste en tweede lid van de Parkeerverordening 2013 die houders van een Europese Gehandicaptenparkeerkaart kunnen aanvragen en waarmee geparkeerd kan worden in een gebied met betaald parkeren.
bedrijf:
elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht;
de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep;
een niet-commerciële organisatie die hieraan door het college is gelijkgesteld;
met dien verstande dat bedrijven en beroepen worden beschouwd als één bedrijf en één beroep indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep betreft.
bestuurder: degene die het motorvoertuig, brommobiel of gehandicaptenvoertuig bestuurt.
brommobiel: een bromfiets op meer dan twee wielen die is voorzien van een carrosserie.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam.
Europese Gehandicaptenparkeerkaart (GPK): ontheffing om te kunnen parkeren op algemene gehandicaptenparkeerplaatsen als bedoeld in artikel 26, eerste lid onder b RVV.
gehandicaptenparkeerplaats: parkeerplaats als bedoeld in artikel 26, eerste lid onder c RVV, aangeduid met een bord E6 in bijlage I van het RVV waar uitsluitend mag worden geparkeerd door:
een gehandicaptenvoertuig waarin een geldige GPK duidelijk zichtbaar is aangebracht,
een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige GPK duidelijk zichtbaar is aangebracht of
indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig.
gehandicaptenvoertuig: een voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is.
GGD: Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam.
houder van een motorvoertuig: degene die beschikt over een op zijn naam gesteld kentekenbewijs van het desbetreffende motorvoertuig, met dien verstande dat degene die blijkens een leaseovereenkomst gebruik maakt van een leaseauto, of degene die - gelet op de inhoud en de strekking van de arbeidsovereenkomst tussen de aanvrager en zijn werkgever, en een verklaring van de werkgever van de aanvrager, waaruit de exclusieve terbeschikkingstelling blijkt ten aanzien van het gebruik - gebruikmaakt van een door de werkgever beschikbaar gestelde auto, geacht wordt over een op zijn naam gesteld kentekenbewijs te beschikken.
motorvoertuig: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen.
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.
RVV: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990.
stallingsplaats: een plaats, juridisch, feitelijk of planologisch bestemd of bedoeld om motorvoertuigen te stallen, gelegen buiten de openbare weg en niet voor het openbaar verkeer openstaand of toegankelijk.