**1..** Aanwijzing van de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken geschiedt door middel van een verkeersbesluit (artikel 18 Wegenverkeerswet 1994) binnen 8 weken na de ontvangst van de aanvraag. Wanneer dit besluit niet binnen de gestelde termijn kan worden genomen, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld en wordt de termijn maximaal één keer verlengd met 8 weken.
**2..** De aanleg van de gehandicaptenparkeerplaats geschiedt zoveel mogelijk conform de geldende richtlijnen.
**3..** Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken wordt minimaal gerealiseerd met:
het bord E6 in bijlage 1 van het RVV met een onderbord waarop één kenteken staat vermeld;
markering van de gehandicaptenparkeerplaats door middel van een wit kruis op het wegdek;
in geval de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd bij het werkadres: een onderbord met een tijdvenster conform de werktijden van de aanvrager.
**4..** De gehandicaptenparkeerplaats op kenteken wordt zo mogelijk aangelegd binnen één maand na de dag dat het verkeersbesluit onherroepelijk is onder de voorwaarde dat de kosten voor de aanleg zijn voldaan. Wanneer de aanleg niet binnen deze termijn mogelijk is, wordt de aanvrager hiervan op de hoogte gesteld.
**5..** De houder van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken is verplicht door te geven als het kenteken van het motorvoertuig van de aanvrager of diens huisgenoot wijzigt. De wegbeheerder plaatst na de melding en de betaling van de kosten zo spoedig mogelijk een nieuw onderbord en informeert de aanvrager als dat niet binnen een week mogelijk is.
**6..** De houder van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij het werkadres is verplicht door te geven als de werktijden wijzigen. De wegbeheerder plaatst na de melding en de betaling van de kosten zo spoedig mogelijk een nieuw onderbord en informeert de aanvrager als dat niet binnen een week mogelijk is.
Artikel 4