**1..** De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gedurende drie maanden na de verzenddatum van dit besluit, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de uitkeringsperiode.
**2..** Na afloop van de termijn van drie maanden wordt bij alle vorderingen, niet zijnde fraudevorderingen, de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 9, eerste lid, vermeerderd met een bedrag naar draagkracht uit inkomen maar niet meer dan het bedrag dat ingevolge het bepaalde in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen. Het bedrag naar draagkracht wordt berekend conform de draagkrachtberekening voor de bijzondere bijstand.
**3..** Na afloop van de termijn van drie maanden wordt bij alle fraudevorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 9, eerste lid vermeerderd met 50% van het bedrag waarmee het inkomen inclusief vakantiegeld meer bedraagt dan de van toepassing zijnde uitkeringsnorm inclusief vakantietoeslag.
**4..** Indien tijdens het nemen van het terugvorderingsbesluit een ander inkomen wordt ontvangen dan een uitkering, wordt bij alle vorderingen, niet zijnde fraudevorderingen, de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 9, eerste lid, vermeerderd met een bedrag naar draagkracht uit inkomen maar niet meer dan het bedrag dat ingevolge het bepaalde in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen. Het bedrag naar draagkracht wordt berekend conform de draagkrachtberekening voor de bijzondere bijstand.
**5..** Indien tijdens het nemen van het terugvorderingsbesluit een ander inkomen wordt ontvangen dan een uitkering, wordt bij fraudevorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 9, eerste lid, vermeerderd met 50% van het bedrag waarmee het inkomen inclusief vakantiegeld meer bedraagt dan de van toepassing zijnde uitkeringsnorm inclusief vakantietoeslag.
**6..** In afwijking van het gestelde in het tweede en vierde lid wordt in bijzondere omstandigheden met een betalingsvoorstel van de belanghebbende ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 24 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing ten minste € 25,00 per maand bedraagt.
HOOFDSTUK 2 › § 2.1
Artikel 10