**1..** Subsidie kan worden verstrekt voor deskundigheidsbevordering in de cultuur- en erfgoedsector voor de ontwikkeling van deskundigheidsbevordering gericht op nieuwe verbindingen en samenwerking tussen bedrijfsleven, culturele, cultuurhistorische en maatschappelijke instellingen voor zover het betreft het onderzoek of de ontwikkeling gericht op versteviging en verzakelijking van culturele instellingen.
**2..** Subsidie als bedoeld in het eerste lid kan worden verstrekt aan:
non-profit instellingen waarmee de provincie Utrecht al een subsidierelatie heeft;
gemeenten, voor zover de subsidiabele activiteiten plaatsvinden in of betrekking hebben op de provincie Utrecht;
samenwerkingsverbanden tussen cultuur- en/of erfgoedinstellingen.
**3..** Aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend met inachtneming van het volgende:
De aanvraag voor subsidie kan doorlopend worden ingediend tot uiterlijk 1 oktober van ieder jaar, na voorafgaande afstemming met een beleidsmedewerker van de beleidscluster cultuur en erfgoed van de provincie Utrecht en met toepassing van artikel 6, vierde lid, van de Asv.
Bij de aanvraag voor subsidie wordt in ieder geval een projectplan verstrekt. Het projectplan bevat de volgende gegevens:
een met (duidelijk, gespecificeerde en actuele) bewijsstukken gestaafde begroting van de subsidiabele kosten waarin wordt omschreven welke investering door de aanvrager zelf wordt gedaan en welke bijdrage gevraagd wordt van de provincie; en
een plan van aanpak waarin wordt omschreven wat gerealiseerd wordt en op welke wijze, wat het tijdspad is wie de samenwerkingspartners zijn en hoe kennisdeling met de culturele en/of erfgoedsector plaatsvindt.
**4..** Het subsidieplafond bedraagt:
voor 2020 € 30.000;
voor 2021 tot en met 2023 € 0.
**5..** Voor de hoogte van de subsidie geldt het volgende:
Kosten zijn alleen subsidiabel indien het gaat om investeringskosten als bedoeld in artikel 53, vierde lid, AGVV en overheadkosten die direct betrekking hebben op de activiteit voor zover deze vallen binnen de kosten zoals bedoeld in artikel 53, vijfde lid, AGVV;
Voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid bedraagt de subsidie ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal het tekort op de begroting van het project.
Paragraaf 1
Artikel 6