De gemeente kan de hoogteligging van een aansluitpunt wijzigen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 10, tweede lid. Na wijziging door de gemeente van de hoogteligging van het aansluitpunt, onderzoekt de rechthebbende van het, aan het aansluitpunt grenzende perceel, of hij maatregelen moet nemen teneinde te waarborgen dat de terreinleiding ook na de gewijzigde hoogteligging van het aansluitpunt, geschikt zijn voor een ongehinderde afvoer en doorvoer van water vanaf het perceel van de rechthebbende naar het aansluitpunt en het openbaar riool
Artikel 9