**1..** Tot de subsidiabele kosten behoren:
uitvoeringskosten ten behoeve van de realisatie van een infrastructureel werk of voorziening:
voor het betrokken project;
noodzakelijke verwerving van een onroerende zaak;
vergunningen en leges;
bouwrente, gebaseerd op het rentepeil van de meest recente staatslening op het moment van gunning van het werk;
aanleg, bouw, wijziging of inrichting van infrastructuur of fietsvoorziening;
met het project samenhangende schadevergoeding aan derden;
de krachtens de Wet op de Omzetbelasting 1968 verschuldigde belasting voor zover die niet kan worden teruggevorderd of gecompenseerd door het BTW compensatiefonds;
de eenmalige kosten voor het ontwerpen, ontwikkelen of aanschaffen en implementeren van een nieuwe dienst;
de kosten voor het uitvoeren van een dienst op het gebied van voorlichting en educatie, voor zover deze niet worden gedekt door het heffen van entreegeld of een andere bijdrage.
**2..** VAT-kosten zijn ook subsidiabele investeringskosten, met dien verstande dat de subsidie voor deze kosten maximaal 16% van de subsidiabele investeringskosten zoals vermeld in artikel 1.7.1.a bedraagt.
**3..** De kosten zijn marktconform, tenzij wordt aangetoond dat er prijsopdrijvende omstandigheden zijn.
**4..** Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet de onderhoudskosten aan infrastructuur of voorzieningen en de kosten als gevolg van achterstallig onderhoud.
**5..** Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet de kosten voor de onderdelen van de infrastructuur of dienst die niet direct leiden tot het bereiken van de doelstellingen van het de uitvoeringsprogramma’s.