Naar hoofdinhoud
1.. Subsidie wordt alleen verstrekt voor de volgende activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer, zoals vastgelegd in actielijn 3 ‘Subsidiëren van en investeren in nieuwe infrastructuur’ van het Uitvoeringsprogramma Openbaar vervoer. 2.. De subsidiabele activiteiten bestaan uit OV-onderdelen binnen infrastructurele maatregelen gericht op verbeterde exploitatie van het openbaar vervoer en betreft één of meer van de volgende categorieën maatregelen: maatregelen die onderdeel uitmaken van een vastgesteld vervoerplan of maatregelen die zullen worden opgenomen in een vervoerplan dat nog vastgesteld dient te worden als aantoonbaar kan worden gemaakt door aanvrager dat zowel vervoerder als provincie positief staan tegenover de opname van de maatregelen in dat plan; maatregelen die leiden tot verbetering van de reistijden voor reizigers en een efficiëntere exploitatie van het openbaar vervoer en die niet in een vervoerplan zijn opgenomen; losstaande haltemaatregelen ter verbetering van de haltetoegankelijkheid; maatregelen gericht op het geschikt maken van de halteïnfrastructuur van U-link en U-liner haltes volgens het OV Netwerkperspectief, conform de U-liner en U-link concepten. 3.. Ook onderzoekskosten om te komen tot een goed onderbouwde en volledige subsidieaanvraag voor maatregelen zoals benoemd onder artikel 4.2, tweede lid, behoren tot de subsidiabele activiteiten. 4.. Voor aanvragen zoals genoemd in artikel 4.2, tweede lid, sub a tot en met c, geldt dat nieuwplaatsing van DRIS-schermen, halteborden, abri’s, prullenbakken niet behoren tot de subsidiabele activiteiten. Verplaatsing van deze elementen is wel subsidiabel. 5. . Voor aanvragen zoals genoemd in het artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a, geldt dat deze tijdens de formele consultatieperiode van het betreffende vervoerplan door de aanvrager wordt aangekondigd bij de provincie Utrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel