De gemeente bewaakt de balans tussen de groei en de leefbaarheid, tussen dynamiek en rust. Zij geeft enerzijds ruimte voor economische ontwikkeling en anderzijds zorgt zij voor een gezonde omgeving met een goed woon- en leefklimaat. Een belangrijk element in deze balans is het beperken van geluidshinder in de woon- en leefomgeving en het toestaan van geluidsproductie op minder kwetsbare plaatsen. Akoestische kwaliteit is één van de dragers van de ruimtelijk functionele kwaliteit als geheel.
De landelijke regelgeving is gericht op het zoveel mogelijk voorkomen of verminderen van geluidshinder voor bewoners. Het achterliggende doel is om negatieve gezondheidseffecten te beperken. Uit onderzoek blijkt dat bij geluidsniveaus die voldaan aan de wettelijke voorkeurswaarden al circa 10% van de mensen geluidshinder ondervinden. Bij hoge(re) geluidsniveaus treden meer negatieve gezondheidseffecten op.
De belangrijkste regelgeving (zie hoofdstuk 2) is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit. Naar verwachting zal ergens na 1 januari 2021 de Omgevingswet in werking treden en de voorgenoemde wetten vervangen. De wetgeving wijzigt daarmee weliswaar, maar de systematiek met voorkeurswaarden en motivering voor hogere waarden blijft vergelijkbaar.
De gemeente reguleert met deze wettelijke instrumenten de geluidsniveaus op en in gebouwen vanwege weg- en railverkeer en (bedrijfsmatige) activiteiten.
De Wet geluidhinder schrijft voor dat bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen1Binnen de gemeente zijn drie gezoneerde industrieterreinen aanwezig. de geluidsniveaus bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen, getoetst moeten worden aan wettelijke voorkeurswaarden. In geval van de aanleg of aanpassing (reconstructie) van een (spoor)weg of gezoneerd industrieterrein wordt getoetst bij bestaande geluidsgevoelige bestemmingen.
Als voorkeurswaarden worden overschreden dan kan het college van burgemeester en wethouders bij de geluidsgevoelige bestemmingen hogere waarden vaststellen, zodat een plan toch doorgang kan vinden. Zij stelt dan voorwaarden aan het plan om te kunnen motiveren waarom er, ondanks de hogere geluidsniveaus, toch sprake is van een goed of aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De voorwaarden zijn opgenomen in deze beleidsregel.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1