Indien een ontwikkeling een cluster van 10 of meer woningen betreft dan kan vaak bij de planopzet rekening gehouden worden met de geluidssituatie. Het planproces en de uiteindelijke planopzet zijn relevant om op geluid belaste locaties een goed woon- en leef kwaliteit te kunnen realiseren. Denk aan een planopzet waarbij de situering van de woningen ten opzichte van de bron en elkaar relevant is, de aanwezigheid van (meerdere) geluidluwe gevels en (meerdere) geluidluwe buitenruimten per woning mogelijk worden gemaakt. Ook andere (niet direct akoestische) overwegingen, zoals ruime groenvoorzieningen, kunnen leiden tot een beter woon- en leefklimaat. Zo kan ook een gevel wat dichter bij de bron gesitueerd worden als de achterliggende (rustige) tuinen groter kunnen worden. Ook hier geldt dat de planopzet een totaal-afweging is met de (on)mogelijke maatregelen aan de bron- en in de overdracht.
Indien een plan een cluster van 10 of meer woningen bevat, dan dienen meerdere planopzetten beschouwd te worden. De aanvrager motiveert waarom voor de voorgestelde planopzet is gekozen met een afweging over een goede woon- en leef kwaliteit van de woningen. De aanwezigheid van geluidluwe gevels (eis) en geluidluwe buitenruimten (inspanningsverplichting, zie bijlage 5) per woning en compenserende maatregelen maakt daar deel van uit.
Indien een ontwikkeling een cluster van 100 of meer woningen bevat dan kan bij de planopzet meestal rekening gehouden worden met de geluidssituatie binnen het plangebied. Indien meer dan 15% van de nieuw te bouwen geluidsgevoelige bestemmingen een geluidsniveau heeft dat hoger is dan de voorkeurswaarde dan staat de kwaliteit van de woon- en leefomgeving onder druk. De gemeente verleent dan niet zondermeer hogere waarden en de aanvrager dient te motiveren hoe een goede kwaliteit van de woon- en leefomgeving haalbaar is.
Voor grotere (uitbreidings)locaties met minimaal 100 nieuwe woningen waarbij binnen het bestemmingsplan de behoefte aan flexibiliteit groot is, mag per type geluidsbron maximaal 15%4De gemeente beschouwt dit, bij de ontwikkeling van grotere (uitbreidings)locaties, als grens voor een goede akoestische kwaliteit van een plan. van de nieuw te bouwen woningen een geluidsniveau hebben dat hoger is dan de voorkeurswaarde. Dit betreft een inspanningsverplichting (zie bijlage 5).
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4