**1..** De leden van de raad en overige aanwezigen die spreekrecht hebben verkregen spreken vanaf hun plaats of vanaf het spreekgestoelte, spreken elkaar met u aan en richten zich tot de voorzitter.
**2..** Bij bijzondere gelegenheid kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad vanaf een andere plaats spreken.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 17.