Naar hoofdinhoud
1.. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in via de griffier bij de agendacommissie. 2.. Na indiening bij de agendacommissie: stelt deze het college zo spoedig mogelijk in kennis van het voorstel waarbij het college een termijn van zeven dagen heeft om aan te geven of het gebruik wil maken van de mogelijkheid tot het geven van wensen en bedenkingen heeft het college vervolgens een termijn van in totaal 21 dagen om eventuele wensen en bedenkingen schriftelijk kenbaar te maken via de griffier aan de agendacommissie. de initiatiefnemer geeft in het geval van wensen en bedenkingen vervolgens binnen een termijn van 21 dagen via de griffier bij de agendacommissie aan of hij/zij het voorstel ongewijzigd voortzet, het voorstel gewijzigd zal indienen of het voorstel intrekt. 3.. De agendacommissie plaatst op verzoek van initiatiefnemer het voorstel op de agenda van de eerstvolgende mogelijke raadsvergadering. Plaatsing op de agenda vindt plaats nadat: het college kenbaar heeft gemaakt geen wensen of bedenkingen te hebben, of nadat de in lid 2 sub a of b gestelde termijn is verlopen zonder dat het college wensen of bedenkingen kenbaar heeft gemaakt, of de initiatiefnemer overeenkomstig het bepaald in lid 2 sub c kenbaar heeft gemaakt zijn/haar voorstel al dan niet gewijzigd te willen handhaven, 4.. Indien mogelijk wordt het initiatiefvoorstel net als alle voorstellen van het college eerst besproken in een commissievergadering. 5.. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing voor zover het onderwerpen betreft die “des raads” zijn en ten aanzien waarvan het college in het kader van het dualisme ook geen voorbereidende werkzaamheden hoeft te verrichten.

Rechtspraak bij dit artikel