Naar hoofdinhoud
1.. De commissievoorzitter zendt ten minste 7 werkdagen voor een raadscommissievergadering de leden van de raadscommissie via elektronische weg (e-mail of via het raadsinformatiesysteem) of schriftelijk de agenda. 2.. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de wet, bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad verzonden. 3.. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twee werkdagen voor de vergadering aan de leden van de raad gezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel