**1..** Op grond van het bepaalde in artikel 2.33, tweede lid, sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd een verleende omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken als binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning, respectievelijk de in de onherroepelijke vergunning bepaalde termijn, de activiteiten niet zijn aangevangen.
**2..** Als urgente planologische, stedenbouwkundige of technische belangen daartoe aanleiding geven, wordt van deze bevoegdheid gebruik gemaakt na 26 weken.
**3..** In andere gevallen wordt niet eerder dan één jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.
Intrekkingsregeling bij uitblijven aanvang van de activiteit
Onderdeel van Beleidsregel intrekking omgevingsvergunning gemeente Laren