Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, van deze nadere regels, aan een reguliere peuter, wordt gebaseerd op het aantal uren dat de reguliere peuter per week aan het peuterprogramma deelneemt, vermenigvuldigd met het uurtarief dat als volgt wordt berekend: Het uurtarief kinderopvangtoeslag verhoogd met 25% en vervolgens verminderd met het uurtarief ouderbijdrage, zoals vermeld in artikel 6, sub a. 2.. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze subsidieregeling, aan een VVE-peuter ZKT, wordt gebaseerd op het aantal uren dat de VVE-peuter per week aan het peuterprogramma deelneemt, vermenigvuldigd met het uurtarief dat als volgt wordt berekend: Het uurtarief kinderopvangtoeslag verhoogd met 43,75% en vervolgens verminderd met het uurtarief ouderbijdrage, zoals vermeld in artikel 6, sub b. 3.. De subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van deze subsidieregeling, aan een VVE-peuter MKT wordt gebaseerd op het aantal uren dat de VVE-peuter per week aan het peuterprogramma deelneemt, vermenigvuldigd met het uurtarief kinderopvangtoeslag. 4.. De subsidie voor deelname aan netwerkbijeenkomsten, alsmede het voeren van overleg met de GGD/JGZ, inzake de plaatsing van VVE-peuters, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze nadere regels, bedraagt op jaarbasis € 1.970,00 per aanvrager. 5.. De subsidie voor de activiteiten die voortvloeien uit het locatieplan, zoals bedoeld in artikel 3, lid 4 van deze nadere regels, bedraagt per kalenderjaar maximaal € 1.000,00 per locatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel