Per situatie worden de overwegingen en te gebruiken wetgeving apart beoordeeld. De aanvraag wordt beoordeeld op de volgende punten, te weten:
De parkeerdruk in de directe omgeving - Bij de beoordeling dient rekening te worden gehouden met de aanwezige parkeervoorzieningen en op welke wijze de aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats inbreuk maakt op deze parkeervoorzieningen en daarmee de parkeerdruk verhoogd
De mogelijkheid voor de aanvrager om zelf in een eigen parkeerplaats te voorzien; Een aanvraag wordt afgewezen wanneer aanvrager de mogelijkheid heeft om op eigen terrein op een adequate wijze te parkeren. Indien de beschikbare ruimte in de garage onvoldoende is om in en uit te stappen kan dit als niet adequaat worden beschouwd. Indien aanvrager beschikt over een garage, ongeacht het gebruik ervan, kan worden gesteld dat er een parkeergelegenheid is op eigen terrein. Als aanvrager aan kan tonen dat een afwijkend gebruik van de garage is toegestaan (schriftelijke toestemming van de gemeente) kan hiervan worden afgeweken.
De verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer - De aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats mag de verkeersveiligheid en de doorstroming niet belemmeren.
Het type gehandicaptenparkeerkaart van de aanvrager (bestuurder/passagier); Bij een aanvraag met bestuurderskaart kan de aanvraag direct in behandeling worden genomen. Wanneer de aanvragen enkel beschikt over een passagierskaart wordt de aanvraag in de regel afgewezen, omdat de chauffeur zijn/haar voertuig kan voorrijden voor het laten in- en uitstappen van zijn/haar passagier. Beoordeeld moet worden of er bij het vervoer van de gehandicapte een (aangepast) voertuig of een voertuig van dusdanige omvang wordt gebruikt, dat niet in een normaal parkeervak kan worden geparkeerd. Indien er geen sprake is van een aangepast voertuig of een voertuig met aangepaste omvang dan moet de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats worden afgewezen. In specifieke situaties waarbij sprake is van een gehandicapt kind dient de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats apart beoordeeld te worden. In dit geval moet beoordeeld worden of het kind te allen tijde afhankelijk is van haar of zijn ouders.
De aantasting van het straatbeeld en/of groenvoorzieningen. De locatie van de gehandicaptenparkeerplaats mag geen (ernstige) inbreuk maken op het straatbeeld of de groenvoorzieningen. Bij aantasting van het straatbeeld kan worden gedacht aan het onderbreken van zichtlijnen, ontnemen van uitzicht e.d. Indien er sprake is van een onevenredige aantasting van groenvoorzieningen dient overleg plaats vinden met de dienst Beheer en Openbare Ruimte.
Op basis van de beoordeling op bovenstaande criteria wordt een toekennend dan wel afwijzend besluit genomen dat open staat voor bezwaar. Het nemen van een verkeersbesluit tot aanwijzing van een gehandicaptenparkeerplaats is gemandateerd aan de afdeling Verkeer en Vervoer.
Artikel 1.3
Criteria gehandicaptenparkeerplaats
Onderdeel van Gehandicaptenparkeerplaatsen Gemeente Dongen