Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Maatschappelijk - Militaire doeleinden

Onderdeel van BEHEERSVERORDENING Buitengebied Noord Hoogeveen, 2017

13.1 Bestemmingsomschrijving De als zodanig op de plankaart aangegeven gronden zijn bestemd voor: behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden; en voor de volgende sociaal-economische doeleinden: bosbouw; wonen, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangegeven met 'woning'; bestaand bos, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangegeven met 'bestaand bos; verkeer, uitsluitendvoorzover het de bestaande wegen betreft; militair magazijncomplex ten  behoeve  van de  oplag en  bewerking  van munitie en  andere militaire goederen; ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken. 13.1.1 Nadere uitwerking bestemmingsomschrijving In het doel 'Ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken' geldt dat nieuwe ontsluitingsvoorziening alleen zijn toegestaan, voor zover de overige doeleinden uit de bestemming niet in hun doelmatig gebruiken/of hun functie worden beperkt. In het doel 'behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden' is het aanbrengen van landschapselementen groter dan 1 ha niet begrepen. Het doel 'bosbouw' is beperkt tot bestaand bos, bestaande bosstroken en de aanleg van bos en bosstroken. Van de in de bestemmingbegrepen wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen. 13.1.2 Onderlinge verhoudingen Ondergeschikte doeleinden Alle overige doeleinden zijn ondergeschikt aan het doeleind 'militair magazijncomplex ten behoeve van de oplag en bewerking van munitie en andere militaire goederen'. Bovengeschikte doeleinden Het doeleind 'militair magazijncomplex ten behoeve van de oplag en bewerking van munitieen andere militairegoederen' is bovengeschikt aan alle overigedoeleinden. Nevengeschikte doeleinden Voorzover de onderlinge verhouding niet is aangemerkt als ondergeschikt of bovengeschikt zijn de doeleinden nevengeschikt aan elkaar. 13.2 Bouwregels 13.2.1 Bebouwing ten dienste van militair magazijncomplex Voor gebouwenten behoeve van het militair magazijncomplex geldt een maximaal bebouwd oppervlak van 10% van het bestemmingsvlak; De bouwhoogtevan gebouwen en bouwwerken mag niet meer dan 8 m bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande hoogte. 13.2.2 Bebouwing ten dienste van wonen 13.2.2.1 Bouwregels hoofdgebouw Ten behoeve van wonen is per met 'woning' aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan; Per met 'dubbele woning' aangeduid gebied zijn ten hoogste twee woningen toegestaan, uitsluitend in de vorm van twee aaneen gebouwde woningen dan wel in de vorm van twee wooneenheden in een voormalig agrarisch bedrijf; De goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk maximaal 3,5 m en 10 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m. Het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap, waarvan de helling minimaal 30° en maximaal 60° dient te bedragen; Bij verbouw dient te worden aangesloten bij de bestaandeverschijningsvorm; De  oppervlakte  van het  hoofdgebouw bedraagt  ten  hoogste 200 m², dan wel  de  bestaande oppervlakte indien deze groter is. 13.2.2.2 Bouwregels bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende bepalingen gelden: De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedragen maximaal: 1. 150 m2 bij een erf met een oppervlakte tot 1.500m2; 2. 175 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 1.500m2 tot 2.000 m2; 3. 200 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 2.000m2 en groter; met dien verstande dat: ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen; de bouwhoogteniet meer dan 80% van de bouwhoogtevan het hoofdgebouw mag bedragen,met dien verstandedat de bouwhoogte in ieder geval maximaal 6 meter mag bedragen,ongeacht de bouwhoogte van het hoofdgebouw; een bijgebouw moet zijn voorzien van kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; In aanvullingop het bepaalde onder sub a tot en met sub e is de bestaande maatvoering toegestaan, met uitzondering van op het tijdstip van inwerking treden van het plan bestaande maatvoering die is gebouwd zonder vergunningen in strijd is met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Wanneer dit bestaande bijgebouw wordt gesloopt is voor de bebouwing het bepaalde onder sub a tot en met sub e van toepassing, met uitzondering van de oppervlakte. Hiervoor geldt dat de bestaande overschrijding van het aantal vierkante meters aan aan- en bijgebouwen terug mag worden gebouwd,tot een maximum van 500 m2 aan aan- en bijgebouwen. Hierbij zijn de m2 die bij recht zijn toegestaan inbegrepen. 9.2.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: maximaal1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen,mits meer dan 1 meter achter het verlengdevan de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd. 13.2.3 Bebouwing ten dienste van overige doeleinden Voor het doel 'verkeer' is het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 12 m; Voor de overige doeleindenis het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot een bouwhoogtevan maximaal 3 m. 13.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en dakvorm en afmeting van de gebouwen; de situeringvan woningen en aanbouwen en bijgebouwen; de verhouding tussen de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aanbouwen en bijgebouwen. 13.4 Afwijken bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaaldein 13.2.2 voor het afwijken van de bestaandeverschijningsvorm bij her- en/of verbouw van een bestaandhoofdgebouw, uitsluitend voorzover het pand op de verbeelding is aangeduid met 'woning' of 'dubbele woning', mits: bestaande verschijningsvorm stedenbouwkundig gezien niet de meest gewenste is; indien van toepassingbij het wijzigen van de verschijningsvorm rekening wordt gehoudenmet de ter plaatse geldende uitgangspunten zoals deze in de nota ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd; De onder a bedoelde afwijking mag: 1. geen negatieve invloed hebben op het milieu, de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater; 2. geen negatieve invloed hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van andere grondenen gebouwen. 13.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik,strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in 13.1 joartikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaandebijgebouwen voor bewoning met uitzondering van mantelzorg; 2. het gebruik van de gronden voor een paardenbak, met uitzondering van alle soortenagrarische bedrijven en niet agarischebedrijven categorie B1; 3. het gebruik van recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen ten behoeve vanpermanente bewoning; 4. het gebruik van kampeermiddelen ten behoeve van bewoning. Gebruik van ruimten binnen de (bedrijs)woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag,indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteitdient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wetmilieubeheer zijn; 4. er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoopals ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit of e-commerce; 5. ten behoeve van e-commerce is geen toonzaal aanwezig en worden geen goederen afgehaald. 13.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verbodenzonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 2. het aanbrengen van drainage en/of een greppelsysteem, het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek), het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergrotenof verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen voorzoverhet betreft de gronden op de toetsingskaart aangegeven met 'hydrologisch aandachtsgebied'; 3. egaliseren. de sub a bedoelde vergunning is niet vereist indienhet werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud tot doel hebben. Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z'n geheel in de beoordeling betrokken. De sub a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreukdoen aan de in 13.1 omschreven waarden. Indien de aanlegvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies. Voorzover de sub a, onder 2 bedoelde vergunning betrekking heeft op gronden welke op de toetsingskaart zijn aangegeven met 'hydrologische aandachtsgebied' en tevens op deplankaart zijn voorzien vande aanduiding 'bestaand bos', zal het verzoek om aanlegvergunning mede worden afgewogenop basis van de gevolgenvoor het omliggende agrarische gebied.

Rechtspraak bij dit artikel