Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, desociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van:
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat gebouwenten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, worden gebouwd mits:
1. de hoogte, gemeten vanaf het aansluitendterrein, niet meer dan 3 meter bedraagt;
2. de oppervlakte niet meer dan 25 m2 bedraagt;
de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaandat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter;
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat ten behoeve van het beheer van bos, natuur en landschap beheersgebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat:
1. per 250 ha te beheren object slechts 1 gebouw is toegestaan;
2. dient te worden gebouwd in 1 bouwlaag met kap;
3. de inhoud ten hoogste 150 m3 mag bedragen.
de bestemmingsbepalingen in het kader van het verbreden van landbouwbedrijven toetstaan dat er een agrarische nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf wordt opgericht, met dien verstande dat:
1. de afwijking niet van toepassing is voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'veiligheidszone munitie A en 'veiligheidszone munitie B;
2. de agrarische nevenactiviteit niet de primaire productie betreft en ondergeschikt blijft aan de hoofdactiviteit;
3. de nevenactiviteit uitsluitend betrekking heeft op sociale, culturele, recreatieve en educatieve functies, waaronder begrepen expositieruimten, kinderboerderij, bed and breakfast en bedrijvencategorie 1 en 2, zoals genoemd in bijlage 1 van de regels Staat van bedrijfsactiviteiten met uitzondering van bedrijven in handel/reparatie van auto's, motrorfietsen en benzinestations;
4. de verschijning van het gehele bedrijf landschappelijk wordt ingepast;
5. de bedrijfsactiviteiten zoveel mogelijk plaatsvinden binnen de gebouwen, met dien nverstande dat met uitzondering van buitenopslag bedrijfsactiviteiten kunnen worde uitgeoefend op het bijbehorende erf.
de bestemmingspebepalingen in het kader van niet bedrijfsmatige tijdelijke mantelzorg en toestaan dat een al dan niet bestaande aanbouw c.q.een al dan niet bestaand vrijstaand bijgebouw wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, met dien verstande dat:
1. de afwijking niet van toepassing is voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'veiligheidszone munitie A en 'veiligheidszone munitie B;
2. een dergelijkebewoning noodzakelijk dient te zijn vanuit het oogpunt van mantelzorg;
3. de zorgbehoefte overtuigend dient te zijn aangetoond middels een schriftelijke verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur;
4. per woning één afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg is toegestaan;
5. de bewoning slechts plaatsvindt binnen een oppervlakte van 60 m2 aan aanbouwen of bijgebouwen, waarbij de totale toegestane oppervlakte aan aan- en bijgebouwen niet mag worden overschreden;
6. als gevolg van de te verlenen afwijking mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van in het geding zijnde belangenwaaronder die van omwonenden, de agrarische sector en andere bedrijvigheid;
7. als gevolg van de te verlenen afwijking geen strijdigheden met relevante milieuwetgeving dan wel met overige wetgeving mag ontstaan;
8. de nieuw te bouwen afhankelijke woonruimte op een maximale afstand van 20 meter van het hoofdgebouw mag worden gerealiseerd;
9. de maximalegoothoogte en dakhelling respectievelijk maximaal 3 m en 300 tot 60° mogen bedragen;
10. het hoofdgebouw geen aaneengesloten rijenbouw betreft.
de bestemmingsbepalingen in het kader van het oprichten van een camping ten behoeve van verblijfsrecreatie met een kleinschalig karakter als bedoeld in 1.64 metdien verstande dat:
1. het aantal kampeerplaatsen ten hoogste 25 mag bedragen en uitsluitend zijn toegestaan in de periode van 15 maart tot 31 oktober;
2. maximaal 20 % van het aantal kampeerplaatsen mag gebruikt worden voor een vast kampeermiddel en/of als camperplaats;
3. de oppervlakte van een vast kampeermiddel bedraagt maximaal 50 m2;
4. de goothoogtevan een vast kampeermiddel bedraagt maximaal 3,5 m;
5. vaste kampeermiddelen en camperplaatsen mogen alleen gebruikt worden voor toeristisch kamperen en niet voor permanente bewoning;
6. vaste kampeermiddelen en/of camperplaatsen kunnen alleen worden toegestaan als er geen er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijvenin hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
7. het kampeerterrein moet worden voorzien van een afschermende groenstrook van minimaal 8 m breed, waarbij alleen gebruik mag worden gemaakt van inheemse struik en boomvormers. Tevens dient deze groenstrook op een zodanige wijze te worden onderhouden dat een goede landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd;
8. het inrichten van een verblijfsrecreatieterrein met een kleinschalig karakter uitsluitend is toegestaan op erven van agrarische bedrijven en woningen;
9. het inrichten van een verblijfsrecreatieterrein met een kleinschalig karakter niet is toegestaan voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'bestaand bos' en/of 'open gebied',met dien verstande dat de uitsluiting 'open gebied' niet geldt voor op 22 november 2007 bestaandebedrijven;
10. per kampeerterrein ten hoogste één sanitairgebouw met een oppervlak van maximaal 50 m² en een bouwhoogte van maximaal 4,5 m is toegestaan;
11. de bouwhoogtevan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 8 m bedraagt;
12. de afstand tot de perceelgrens ten minste 2,5 m bedraagt;
13. terreinen voor kleinschalige verblijfsrecreatie niet worden aangemerkt als zijnde stankgevoelig.
de bestemmingsbepalingen ten behoeve van het oprichten van een van een ondergeschikte horecavoorziening bij een woning, recreatief bedrijf of een agrarisch bedrijf met dien verstande dat:
1. de ondergeschikte horecavoorziening binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden van de hoofdfunctie wordt gerealiseerd;
2. en klein buitenterras ten behoeve van de ondergeschikte horecavoorziening mag worden aangelegd;
3. de bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van de ondergeschikte horecavoorziening maximaal 50 m², exclusief het terras, mag bedragen;
4. parkeren op eigen erf plaatsvindt;
5. en ondergeschikte horecavoorziening kan alleen worden toegestaan als er geen er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
de bestemmingsbepalingen ten behoeve van het oprichten van een stalletje voor de verkoop van lokale en streekproducten bij een woning of een agrarische bedrijf met dien verstandedat:
1. het gaat om kleinschalige verkoop van lokale en streekproducten, waarbij de afmeting van het stalletje niet groter mag zijn dan 2 m²;
2. het stalletje moet eenvoudig verplaatsbaar/verrijdbaar zijn;
3. geen verkoop plaats mag vinden vanuit de woning of schuur en geen standplaats op het trottoir mag worden ingenomen;
4. een onverlicht reclamebord met een afmeting van maximaal 1 m2 is toegestaan, aan de kraam of losstaand (i.c. niet duurzaam met de grond verbonden) mits de verkeersveiligheid niet in het geding komt;
5. de vergunning kan niet worden verleend indien:
de openbare orde in het geding komt;
onevenredige overlast wordt veroorzaakt;
het uiterlijk aanzien van de omgeving wordt aangetast;
de verkeersvrijheid of de verkeersveiligheid in het geding komt.
de bestemmingsplanbepalingen ten behoeve van het het realiseren van een begraafplaats ten behoeve van begraven op eigen grond, met dien verstande dat:
1. begraven op eigen grond uitsluitendis toegestaan binnen de bestemming 'Agrarisch - 5';
2. de begraafplaats dient te worden gerealiseerd binnen landgoederen als bedoeld in de Natuurschoonwet;
3. de grond in eigendom is van de aanvrager;
4. de gronden zijn gelegen binnen bestaandbos; 5. niet meer dan 5% van de gronden mag worden bebouwd met gebouwen en bouwwerken;
6. de bouwhoogtevan bouwwerken is beperkt tot maximaal 6 m;
7. het realiseren van een bedrijfswoning ten behoeve van de begraafplaats niet is toegestaan;
8. de oppervlakte van de begraafplaats niet meer bedraagt dan 50 m².
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat binnen de aanduiding 'agrarisch bedrijf','grondgebonden agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak', alsmede op de verbeeelding als 'woning' aangeduide panden, waarvan de agrarische bedrijvigheid inmiddels is beëindigd, ten hoogste twee woningen worden gebouwd, uitsluitend als compensatie voor de afbraak van alle voor 2 juni 2010 bestaande landschappelijk ontsierende voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat:
1. de gezamenlijk af te breken gebouwen minimaal 750 m2 bedraagt en tevens alle andere bestaande landschappelijk ontsierende bebouwing en ontsierende elementen, zoals toren- en mestsilo's,verharding en mestplaten worden verwijderd;
2. de woning inclusiefaanbouwen en bijgebouwen wordt gebouwd ter plaatse van de af te breken gebouwen en/of bebouwing;
3. de bebouwingsbepalingen als bedoeld in 3.2.2 in acht worden genomen;
4. de ruimtelijkesamenhang op het perceel en de landschappelijke inpassing van het betreffende perceel door de te realiseren woning wordt verbeterd en wordt vastgelegd in een door de gemeente goed te keuren inrichtingsplan;
5. cultuurhistorisch waardevolle en/of karakteristieke bebouwing niet voor afbraak in aanmerking komt;
6. indien de af te breken gebouwen minimaal 2.000 m2 bedragen, dan mogen-met inachtneming van het bovenstaande- twee woningenworden gebouwd;
7. deze wijzigingsbevoegdheid niet van toepassing is voor zover de gronden op de plankaart zijn aangegevenmet 'veiligheidszone munitie A' of 'veiligheidszone munitie B';
8. saldering bij de genoemde te slopen oppervlaktes is alleen mogelijk als het maximaal twee slooplocaties betreft. De (voormalige) separate agrarischebebouwingselementen moeten een omvang van minimaal 250 m2 hebben en de compensatiewoning moet op één van beide locaties landschappelijk goed inpasbaar zijn; conform een, door de gemeente, goedgekeurd inrichtingsplan;
9. Indien door milieutechnische redenen of door aanwezigheid van een beekdal en/of Natuurnetwerk Nederland (NNN) niet kan worden terug gebouwd op de slooplocatie, dient de alternatieve locatie bij voorkeur inpasbaar te zijn binnen het karakter van een bebouwingslint en/of gelegen te zijn nabij bestaande kernen. Als voorstaande niet mogelijk is, moet worden aangesloten bij het authentieke bebouwingspatroon (het inrichtingsplan moet dit aantonen via een landschapsanalyse van het desbetreffende landschapstype).
de bestemmingsplanbepalingen en toestaan dat gebouwen en gronden binnen de aanduiding 'agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak' gebruikt worden als bedrijvencategorie 1 en 2, zoals genoemd in bijlage 1 van de regels Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat:
1. de activiteiten uitsluitend zijn toegestaan in combinatie met de woonfunctie;
2. de activiteiten zoveel mogelijk plaatsvinden binnen de gebouwen,met dien verstande dat met uitzondering van buitenopslag bedrijfsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend op het bijbehorende erf;
3. bij de maatvoering zo goed mogelijkwordt aangesloten bij de bestaande hoofdvorm;
4. de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10 % mag worden vergroot;
5. wordt gestreefd de landschappelijk verstorende bebouwing af te breken;
6. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven en woningen;
7. zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing;
8. deze afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing is voorzover de gronden op de plankaart zijn aangegevenmet ‘veiligheidszone munitie A’ of ‘veiligheidszone munitie B’;
de bestemmingsplanbepalingen en toestaan dat gebouwen en gronden binnen de aanduiding 'agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak', alsmede op de verbeeelding als 'woning' aangeduide panden, waarvan de agrarische bedrijvigheid inmiddels is beëindigd, gebruikt worden als culturele, medische, en educatieve functies, waaronder begrepen expositieruimten, kinderboerderij, kampeerboerderij, bed-and-breakfast dan wel naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen functies, met dien verstande dat:
1. de activiteiten uitsluitend zijn toegestaan in combinatie met de woonfunctie;
2. de activiteiten zoveel mogelijk plaatsvinden binnen de gebouwen,met dien verstandedat met uitzondering van buitenopslag bedrijfsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend op het bijbehorende erf;
3. bij de maatvoering zo goed mogelijkwordt aangesloten bij de bestaande hoofdvorm;
4. de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10% mag worden vergroot;
5. wordt gestreefd de landschappelijk verstorende bebouwing af te breken;
6. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven en woningen;
7. zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing;
8. deze afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing is voorzover de gronden op de plankaart zijn aangegevenmet ‘veiligheidszone munitie A’ of ‘veiligheidszone munitie B’;
de bestemmingsplanbepalingen en toestaan dat gebouwen en gronden binnen de aanduiding 'agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf met intensievetak', gebruikt worden voor een woonfunctie, met dien verstande dat:
1. bij de maatvoering zo goed mogelijkwordt aangesloten bij de bestaande hoofdvorm;
2. de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10% mag worden vergroot;
3. wordt gestreefd de landschappelijk verstorende bebouwing af te breken;
4. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven en woningen;
5. zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing;
6. deze afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing is voorzover de gronden op de plankaart zijn aangegevenmet ‘veiligheidszone munitie A’ of ‘veiligheidszone munitie B’;
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat een hoofdgebouw met een oppervlakte van minimaal 220m2, binnen de aanduiding'agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf met intensievetak' en 'woning' wordt gesplitst, waarbij het aantal woningenniet meer dan twee mag bedragen , met dien verstande dat:
1. de bebouwingsvoorschriften van de aanduiding woning gelden;
2. de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10% mag worden vergroot;
3. wordt gestreefd de landschappelijk verstorende bebouwing af te breken;
4. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven en woningen;
5. zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing;
6. deze afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing is voorzover de gronden op de plankaart zijn aangegevenmet ‘veiligheidszone munitie A’ of ‘veiligheidszone munitie B’.
Hoofdstuk 3
Artikel 24
Algemene afwijkingsregels
Onderdeel van BEHEERSVERORDENING Buitengebied Noord Hoogeveen, 2017