Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 26

Overgangsrecht

Onderdeel van BEHEERSVERORDENING Buitengebied Noord Hoogeveen, 2017

26.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoeringis, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolgevan een calamiteit geheel worden vernieuwdof veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 26.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 26.1 voor het vergrotenvan de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 26.1 met maximaal 10%. 26.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 26.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstipvan inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwdzonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 26.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermeein strijd is, mag worden voortgezet. 26.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik,bedoeld in lid 26.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met datplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 26.6 Verboden gebruik Indien het gebruik,bedoeld in lid 26.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het planvoor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 26.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 26.4 is niet van toepassingop het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepende overgangsbepalingen van dat plan. 26.8 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van lid 26.4 leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstipvan de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met hetvoordien geldende bestemmingsplan, kan de gemeenteraad met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie ten behoeve van die persoonof personen dat overgangsrecht buiten toepassing laten.

Rechtspraak bij dit artikel