Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begrippen

Onderdeel van Buitengebied Zuid Hoogeveen 2018

1.1 plan: beheersverordening Buitengebied Zuid Hoogeveen 2018 van de gemeente Hoogeveen; 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0118.2018BV9000001-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aanbouw een bijgebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee hetin directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid,waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduidingindien het een vlak betreft; 1.6 aaneengebouwde woningen: woningen gekoppeld door middel van gebouwen; 1.7 aan-huis-verbondenbedrijfsactiviteit: het verlenen van diensten,waaronder mede wordt verstaan e-commerce, c.q. het uitoefenen van ambachtelijke –geheel of overwegend doormiddel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteitin de (bedrijfs) woning en/of daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend; 1.8 aan-huis-verbondenberoep: het in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van dienstenop administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, kunstzinnig of ontwerptechnisch dan wel daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede de beroepen van schoonheidsspecialist(e), kapper en mani- en/of pedicure,waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende matehaar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie, hieronder mede begrepenBed & Breakfast; 1.9 afhankelijkewoonruimte: een aanbouw c.q. een vrijstaand bijgebouw waarin één of meerderehulpbehoevenden vanuit het oogpunt van mantelzorg gehuisvest zijn en dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning; 1.10 agrarischbedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen vanproducten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waaronder tot een capaciteit van 100 ton per dag tevens wordt begrepen co-vergisting ten behoeve van energieopwekking; 1.11 agrarische nevenactiviteit: een agrarisch bedrijf kan ondergeschikt aan de hoofdfunctie op het bouwperceel een bedrijfs- of beroepsmatige activiteituitoefenen. Deze moet in ruimtelijk, functioneel eninkomensverwervend opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie. Al deze activiteiten mogen uitsluitend bij een volwaardigagrarisch bedrijf en uitsluitend binnen de bestaande bebouwing worden uitgeoefend, waarbij maximaal 30% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing mag worden gebruikt en maximaal 30% van de inkomsten uit de ondergeschikte activiteit mogen worden gegenereerd. De ondergeschiktheid moet aangetoond worden door middel van een bedrijfsplan. 1.12 ander werk: een werk, geen bouwwerkzijnde; 1.13 bebouwing: één of meer gebouwenen/of bouwwerken geen gebouwenzijnde; 1.14 bebouwingslint: een lijnvormige verzameling van gebouwen langs een weg of vaart in het buitengebied met voldoende doorzichten en ritme in massa en ruimte. 1.15 bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal of minimaalbebouwd mag/moet worden; 1.16 bed and breakfast: een kleinschalige, aan de betreffende bestemming ondergeschikte, kortdurende, toeristische verblijfsvoorziening, voor uitsluitend logies en ontbijt, diedeel uitmaakt van het hoofdgebouw of is gevestigdin één van de bestaande bijgebouwen, aan- of uitbouwen en wordt gerunddoor de gebruikersvan het betreffende perceel." Onder een B&B voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. Een B&Bvoorziening mag de toegestane maximale oppervlakte van de aan-huis-verbonden beroepsactiviteit niet overschrijden. 1.17 bedrijfsgebouw: een gebouw,dat dient voor de uitoefening vaneen bedrijf; 1.18 bedrijfsmatige uitoefening van het agrarischbedrijf: een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of omvang heeft van ten minsteéén volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieutechnisch verantwoorde wijze. 1.19 bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel, bedrijf of daarmee vergelijkbare voorzieningen, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten; 1.20 bedrijfswoning: een woningin of bij een gebouw of op een terrein,bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, ten behoeve van de bedrijfsbestemming vanhet gebouw of het terrein; 1.21 begraafplaats: een (gedeelte van een) terreindat geschikt is gemaaktvoor het begraven van overleden personen, het bijzetten van urnen en asverstrooiing. 1.22 beperktkwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheidinrichtingen een richtwaarde voor het plaatsgebonden risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, waarmee rekening wordt gehouden; 1.23 beroeps- cq. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte vande ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.24 bestaand: de op het moment van ter inzage legging van het ontwerpbeheersverordening en conform de op dat moment geldende regels aanwezigegebouwen/ oppervlakten/ gebruik of waarvooreen bouwvergunning is verleend danwel een aanvraag om bouwvergunning is ingediend die kan worden verleend; 1.25 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.26 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.27 Bevi-inrichtingen: inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.28 bosbouw: het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie. 1.29 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten,vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk,alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwenof veranderen van een standplaats; 1.30 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.31 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloerenof horizontale balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.32 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.33 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.34 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.35 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirectmet de grond is verbonden,hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.36 bouwwerk geen gebouw zijnde: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en een niet voor mensen toegankelijke, overdekte,geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.37 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw,dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.38 camper: een motorvoertuig, ingericht voor het vervoeren van personen en kamperen c.q. buitenshuis verblijven met de mogelijkheid tot overnachten; 1.39 camperplaats: een kampeerplaats op eenkleinschalig kampeerterrein, die uitsluitend wordt gebruiktdoor campers en het hele jaar verhuurd mag worden voor recreatief verblijf met een camper; 1.40 consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik; 1.41 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.42 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden,waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.43 dienstverlenend bedrijf: bedrijf of instellingwaarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en prostitutie; 1.44 dienstverlening: het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van prostitutie; 1.45 dierenbegraafplaats: een (gedeeltevan) een terreindat geschikt is gemaaktvoor het begraven van overleden huisdieren. 1.46 e-commerce: vorm van bedrijfsvoering waarbij het bedrijf uitsluitend goederen aan particulieren verhandelt door middel van contactmet die particulieren dat uitsluitend verlooptvia post, fax, telefoon, e-mail of internet waardoor geen handelswaren op het bedrijf worden aangeprezen en waarbij het bedrijfspand geen uitstraling heeft van een winkelpand, de goederenniet uitstalt ten verkoop, en daarmee een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met magazijn c.q. opslag van goederenten behoeve van de op grond van de bestemming toegelaten bedrijven. 1.47 evenement: een publieke activiteitmet een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in (tijdelijke) onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronderbegrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieveof een daarmee gelijk te stellen activiteiten, zoals markten, braderieën, beurzen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten, e.d.; 1.48 erf: al dan niet bebouwd perceel,of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij en onder het hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienstevan het gebruik van dat gebouw en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichtingniet verbieden; 1.49 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimtevormt, waaronder mede een carport en overkapping wordt verstaan; 1.50 geluidbelastingvanwege een weg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB op eenbepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op eenbepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten; 1.51 groepsaccommodatie: (Deel van) een gebouw dat is bestemdvoor periodiek recreatiefnachtverblijf door groepen, met permanentdaarvoor ingerichte ruimtenmet gemeenschappelijke voorzieningen 1.52 grondgebonden agrarischbedrijf: een agrarischbedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaaktvan open grond; 1.53 hogere (geluidsgrens)waarde: een waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreetgeval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder; 1.54 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemmingals het belangrijkste gebouw is aan te merken; 1.55 horecabedrijf: een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.56 horecabedrijf categorie 1: een complementair horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag bereiden en verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals een broodjeszaak, een crêperie,een croissanterie, een eetcafé, een konditorei, een lunchroom, een pannenkoekenhuis, een patisserie, een petitrestaurant, een poffertjeszaak, een theehuis, een traiteur,een ijssalon, en/of een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf; 1.57 horecabedrijf categorie 2: een horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, dat voornamelijk is gericht op het bereiden en verstrekken vanmaaltijden en/of (alcoholische) dranken, zoals een afhaalcentrum, een automatiek, een café, een café-restaurant, een cafetaria, een grillroom, een hotel-café, een hotel-café-restaurant, een restaurant, een shoarmazaak, een snackbar,en/of een naar aard en invloed op deomgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf; 1.58 inrichtingsplan: een inrichtingsplan is de grafische beschrijving van de gewensteruimtelijke ontwikkeling binnen het plangebied, inclusief een schriftelijke onderbouwing, door een deskundig bureau. Een landschappelijk inpassingplan bestaat in ieder geval uit een analyse van het omliggende landschap. Het ontwerpis een logisch vervolg van deze analyse. 1.59 intensieve veehouderij: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate is gericht op het houden van dieren zonder te beschikken over open grond bestemd voor de voerproductie van deze dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten-, - of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkveehouderij en het biologisch houden van dieren conform de Landbouwkwaliteitswet; 1.60 kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, die geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden of kunnen worden gebruiktvoor recreatief nachtverblijf dan wel voor nachtverblijf van personeel,werkzaam op het kampeerterrein waar deze onderkomens of voertuigen zijn geplaatst; 1.61 kampeerplaats: een stuk grond voorhet plaatsen van één kampeermiddel met bijzettentjes; 1.62 kap: een gesloten en (overwegend) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk, bestaande uit ten minsteéén niet horizontaal vlak; 1.63 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten; 1.64 kleinschaligeverblijfsrecreatie: het houden van een kampeerterrein voor ten hoogste 25 kampeerplaatsen; 1.65 kwekerij: een bedrijfsvoering dat het kweken omvat van houtachtige en/of kruidachtige gewassen,zoals (sier) bomen, (sier)heesters, coniferen, vaste planten enéén- en tweejarigen; 1.66 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolgehet Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomenmoet worden; 1.67 landschap: De waarneembare ruimtelijke verschijningsvorm van het aardoppervlak die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en wederzijdse beïnvloeding van de factorenreliëf, bodem, water, klimaat, flora en fauna alsmede de wisselwerking met de mens. 1.68 landschappelijkeinpassing: Een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op de bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. 1.69 leisureactiviteiten: activiteiten die gericht zijn op recreatie en ontspanning welke individueel of in groepen kunnen plaatsvinden, zoals karten, overdekt skiën en bowlen; 1.70 lessenaarsdak: een dak bestaande uit één hellend dakvlak; 1.71 maatschappelijkedoeleinden: educatieve, sociaal-medische (hieronder niet bedoeld zorgwoningen), sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste vandeze voorzieningen; 1.72 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaringvan een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.73 nabij bestaande kernen: Direct aansluitend op debebouwde kom van de bestaande dorpen, de stad Hoogeveenen de bebouwingslinten 'Alteveer', 'Riegshoogtendijk', 'Brugstraat' en 'Johannes Poststraat', voor zover gelegenin het beheersverordening Buitengebied Noord of Zuid. 1.74 niet agrarischbedrijf,categorie B1: een bedrijf dat naar de aard van zijn activiteiten is gebonden aan het buitengebied of waarvande activiteiten zijn gericht op het buitengebied. 1.75 niet agrarischbedrijf,categorie B2: een bedrijf dat naar de aard van zijn activiteiten niet is gebonden aan het buitengebied of waarvan de activiteiten niet zijn gericht op hetbuitengebied. 1.76 niet-grondgebonden agrarischbedrijf: een agrarischbedrijf waarbij in hoofdzaak geen gebruik wordt gemaaktvan open grond; 1.77 ondergeschikte horecavoorziening: een ondergeschikte horecavoorziening, ten opzichte van de hoofdfunctie op een perceel, die gericht is op hethoofdzakelijk overdagbereiden en verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en etenswaren 1.78 peil: 1. voor gebouwen,waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.79 perceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.80 permanente bewoning: de bewoningvan een recreatiewoning of een vast kampeermiddel als hoofdverblijf. 1.81 platdak: horizontaal of nagenoeghorizontaal gelegen dak; 1.82 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederendie ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.83 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.84 reconstructie van een weg: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezigeweg, ten gevolge waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg met 1,5 dB of meer wordt verhoogd; 1.85 recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden en opstallen dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.86 recreatieve bewoning: de bewoningdie plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie; 1.87 recreatiewoning: een gebouw dat naar aard en inrichtingis bedoeld voor recreatieve bewoning; 1.88 saldering ruimte voor ruimte: het voldoen aan de voorwaarden door niet één slooplocatie, maar twee slooplocaties te betrekken bij de ontwikkeling. 1.89 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, ofvertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan:een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatiemet elkaar; 1.90 Staat van Bedrijfsactiviteiten: de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt; 1.91 twee-aan-een gebouwde woning: blok van twee aaneengebouwde woningen; 1.92 tuincentrum: een bedrijf dat is gericht op hetvoortbrengen van producten door middel van het telen van gewasenen/of detailhandel en groothandel inal dan niet ter plaatse geteelde gewassenen andere goederenvoor het inrichten van tuinen. 1.93 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaanderuimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.94 vast kampeermiddel: een op de grond staand of vast metde grond verbonden bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf en het hele jaar verhuurd mogen voor recreatief verblijf; 1.95 verblijfsrecreatie : activiteiten ter ontspanningin de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting is toegestaan; 1.96 verblijfsrecreatieve voorzieningen: speciaal aangelegde accommodatie al dan niet overdekt ten behoeve van verblijfsrecreatie; 1.97 verkoopvloeroppervlakte: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.98 volwaardigagrarischbedrijf: een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of omvang heeft van ten minsteéén volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieutechnisch verantwoorde wijze. 1.99 voorkeursgrenswaarde: de streefwaarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.100 voorgevel: het meest naar de zijde van de weg, waaraan de hoofdontsluiting van het perceel is gelegen, gekeerde deel van een hoofdgebouw; 1.101 winkel: een gebouw of een deel van een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruiktvoor de detailhandel; 1.102 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één (of meerdere) huishouden(s).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel