In punt 3.1 van dit hoofdstuk leest u de provinciale kaders voor de aanleg van zonnepanelen. Als gemeente bieden wij de mogelijkheid om in overleg van een aantal kaders af te wijken:
Dorpen mogen meer opwekken dan wat ze nodig hebben. In ‘Romte foar sinne’ staat dat de omvang van zonnevelden bij dorpen overeen moet komen met de aard en schaal van het dorp. Dorpen mogen hiervan afwijken. Bijvoorbeeld als ze meer willen opwekken dan wat ze nodig hebben en hiermee energieleverancier worden.
Zonnevelden mogen ook verder dan 50 - 200 meter van bestaand stedelijk gebied afliggen. Dit maakt een grotere groene buffer tussen bebouwing en zonneveld mogelijk. Dat kan als aanwonenden dit willen en als dat past in het landschap.
Wij kunnen wel meewerken aan kleinschalige losliggende zonnevelden in het buitengebied. Bijvoorbeeld bij veehouders, als tweede stap naast zon op dak. De panelen moeten dan binnen het agrarisch bouwvlak geplaatst worden. De eventuele uitbreiding van het agrarisch bouwvlak moet voldoen aan het bestemmingsplan. Dit voorkomt losliggende velden. En de bebouwing in het buitengebied blijft geconcentreerd.
Let op:
Agrariërs wonen vaak in (buiten)gebieden met weinig aansluitmogelijkheden. Voor zonnevelden die meer opwekken dan het verbruik zijn grote investeringen nodig. Dit wil de netbeheerder het liefst voorkomen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2