We zorgen dat de zonnepanelen goed passen binnen het stedelijk gebied
De impact van zonnepanelen op de omgeving kan groot zijn. De opstellingen zijn vaak groot, industrieel en technisch. We zorgen er daarom voor dat deze zo goed mogelijk binnen de omgeving passen.
De voorwaarden zijn:
De panelen staan in een aaneengesloten vlak of herkenbaar patroon.
Het zonneveld wordt afgeschermd met een hekwerk of een sloot.
De achterkanten en onderkanten van zonnepanelen zijn niet in het zicht.
Zichtbare kanten van het paneelveld hebben geen ‘rafelige’ randen. Zie figuur 2.
De afstand tussen het transformatorstation en een woning is minimaal 30 meter.
Figuur 2. Het uitlijnen van panelenrijen langs zichtbare randen.
Zonnevelden krijgen een groenstrook waar nodig
Langs recreatieve routes en grenzend aan woningen is een groenstrook van ongeveer 10 meter breed wenselijk. Met onder andere ‘streekeigen’ beplanting. De beplantingsstrook geldt voornamelijk voor zonnevelden in het buitengebied. Maatwerk is voor elke locatie belangrijk.
De zonnevelden mogen natuurwaarden niet schaden
Bij de aanleg van zonnevelden is het uitgangspunt dat de natuur erop vooruit moet gaan. Dat hebben brancheorganisaties uit de zonne-energiesector afgesproken met natuurorganisaties. Dit is beschreven in de Gedragscode Zon op Land. Er kan bijvoorbeeld ruimte blijven tussen het hekwerk en het maaiveld. Daardoor kunnen kleine zoogdieren vrij door het zonneveld lopen. Zonnevelden moeten niet helemaal worden volgebouwd met panelen die stroom opwekken. Er moet ook ruimte tussen zitten voor groen en 'natuurelementen' als poelen, nestplaatsen en bijenhotels. Ook kunnen de randen ingezaaid worden met kruiden en planten waar vlinders en andere insecten op af komen.
De zonnevelden moeten goed passen binnen het landschap
Landschappelijke inpassing vinden we belangrijk. Daar willen we voldoende ruimte voor bieden. Een grotere groene buffer tussen de bebouwing en het zonneveld is mogelijk als omwonenden dit graag willen en als het past in het landschap. In het buitengebied zien we 2 landschapstypes: het besloten landschap ‘De Noordelijke Wouden’ en het open gebied ‘De Veenpolders’. Bij de inpassing van zonnevelden moeten we rekening houden met de eigenschappen van het landschap.
Aandachtspunten zijn:
De afstand tussen het zonneveld en de kavelgrens.
Een inrichtingsplan.
De bestaande houtsingels;
Uitgangpunt is dat houtsingels niet gerooid worden.
Waar nodig kunnen we bestaande houtsingels aanvullen of nieuwe houtsingels toevoegen. Om zo zonnevelden aan het zicht te onttrekken.
De beeldbepalende houtsingels mogen niet worden gerooid.
Is het toch de wens om houtsingels te rooien voor een zonneveld? Dan gelden de regels in het Bestemmingsplan Buitengebied 2013.
Ook geldt een compensatieregeling als houtsingels worden gerooid (zie bijlage 5, 6 en 7 bij het bestemmingsplan Buitengebied).
De overige voorwaarden voor kwaliteit en inpassing leest u in de welstandsrichtlijnen in bijlage 3.
Voor bedrijventerreinen gelden minder strenge inpassingsregels
Bij bedrijventerreinen past een industriële uitstraling. Er gelden minder strenge regels voor landschappelijke inpassing.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2