Naar hoofdinhoud
1.. Als er geen einde komt aan de overlast door hulpverlening, bemiddeling of handhaving, dan weegt de burgemeester af of de casus in aanmerking komt voor de toepassing van art.151d Gemeentewet. 2.. Het belangrijkste criterium is of er sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden. Of aan dat criterium wordt voldaan, wordt vastgesteld aan de hand van feitelijke informatie (objectivering). 3.. Naast ernstige en herhaaldelijke hinder neemt de burgemeester in elk geval de volgende indicatoren mee: De frequentie waarmee de hinder zich voordoet ofwel het aantal meldingen dat is gedaan; De mate waarin de hinder door een toezichthouder en/of politieambtenaar is geconstateerd; De mate van gevaar of de mate van risico; De mate waarin de leefbaarheid en/of openbare orde wordt verstoord; De aard van de hinder.

Rechtspraak bij dit artikel