Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 9.

Artikel 9.4

Seizoensgebonden huisvesting voor tijdelijke arbeidsmigranten buiten de bebouwde kom

Onderdeel van RUIMTELIJK BELEID 2020

Op het perceel mogen maximaal 50 personen worden gehuisvest. De huisvesting dient plaats te vinden op een perceel dat in eigendom is van het agrarische bedrijf waarvoor de arbeidsmigranten werkzaam zijn. Het betreft uitsluitend tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in de periode van 1 april tot 1 november voor maximaal drie maanden, al dan niet aaneengesloten. Als huisvesting zijn tijdelijke woonunits of stacaravans toegestaan; mobiele kampeermiddelen als tenten, toercaravans of kampeerauto’s zijn niet toegestaan. De woonunits of stacaravans moeten binnen een agrarisch bouwperceel worden geplaatst. De woonunits of stacaravans mogen niet eerder dan 1 maart van het betreffende jaar worden geplaatst. Uiterlijk twee weken na beëindiging van de huisvesting van maximaal drie maanden en in ieder geval op 1 november van het betreffende jaar dienen de woonunits en stacaravans te zijn verwijderd en dient de situatie op het perceel weer in de staat te zijn hersteld zoals deze was onmiddellijk voorafgaande aan de plaatsing van de huisvesting. De huisvesting dient op een goede wijze landschappelijk ingepast te worden binnen het bestaande agrarisch bouwperceel, conform de uitgangspunten zoals bepaald in het bestemmingsplan “Buitengebied Dronten”, hetgeen in ieder geval inhoudt dat de bebouwing dient te worden gerealiseerd achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoningen en het verlengde daarvan, en dat een afstand in acht wordt genomen van de niet naar de weg gekeerde grenzen van het bouwperceel van ten minste 10,00 m. Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden, waarbij een norm wordt gehanteerd van minimaal 0,5 parkeerplaats per persoon.

Rechtspraak bij dit artikel