De onderhavige PFAS-bodemkwaliteitskaart moet een representatief beeld geven van de diffuse bodemkwaliteit van het plangebied. Voorafgaande aan het gebruik van de PFAS- bodemkwaliteitskaart, dient men een vooronderzoek (NEN5717 of NEN5725) uit te voeren voor zowel de ontgravingslocatie als de toepassingslocatie. Het vooronderzoek moet uitsluitsel geven of er sprake is van een afwijkende bodemkwaliteit danwel een verdachte locatie. In dat geval kan de (w)BKK niet gebruikt worden als milieuhygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.
Onderstaand volgt een overzicht van gebieden die in elk geval worden uitgesloten:
(nood)dijken/kades;
oppervlaktewateren binnen plangebied (onder andere haven Wanssum, beken, vijvers, grachten);
oevergebied langs de Maas en haven Wanssum (onder of nabij oeverbestorting);
bebouwde gebieden/erven;
infrastructuur (wegen, paden, wegbermen, dijklichaam onder weg);
ontgrondingen/aanvullingen;
veengebieden;
camping Ooijen (geen boringen geplaatst in verband met ontbreken toestemming);
locaties die naar voren komen bij de uitbijteranalyse (waaronder een zone van 25 m langs de oever van de Maas, zie paragraaf 3.3.4 van de huidige bodemkwaliteitskaart).
De uitgesloten gebieden zijn, voor zover mogelijk, als niet-gezoneerd op de (w)BKK aangegeven. Dat betekent dat voor deze gebieden de (w)BKK niet gebruikt kan worden als milieuhygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In deze gebieden dient een partijkeuring (landbodem) of een verkennend waterbodemonderzoek conform de NEN5720 (waterbodem) te worden uitgevoerd om de milieuhygiënische kwaliteit van de grond vast te stellen.
Opgemerkt wordt dat de uitgesloten gebieden zijn overgenomen van de (water)bodem- kwaliteitskaart van de ’reguliere’ stoffen. Specifiek voor PFAS zijn geen gebieden uitgesloten.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6